Gerben's brouwsels
[Most Recent Entries]
[Calendar View]
[Friends]
Below are the 20 most recent journal entries recorded in
gerbie7's LiveJournal:
[ << Previous 20 ]
| Monday, August 29th, 2011 | | 12:15 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 16
Goor, Nederland, augustus 2000 Gerbie on tour (16) Eindelijk weer eens een reisverslag. Na Venezuela bezocht ik het kleine plaatsje Goor, alwaar ik de lokale School- en Volksfeesten bijwoonde. Deze feesten worden al 125 jaar in het laatste weekend van juni georganiseerd voor alle inwoners van dit stadje. Behalve een grote feesttent en een kermis, waren er ook diverse optochten en waren de cafés tot diep in de nacht geopend. Het was een mooie week. Inderdaad: ik ben al weer een tijdje thuis. Het feest was een van de redenen, ik zal jullie de gehele lijst besparen, een belangrijke was echter dat ik onderweg het idee had dat ik minder fanatiek aan het worden was. Ik deed niet meer zo veel moeite om alle kleine dorpjes te bezoeken die de moeite waard zouden zijn, ik liep niet meer elke kerk binnen en sloeg de lokale markten gewoon over. Op deze manier wilde ik niet onderweg zijn, tenslotte is het erg aannemelijk dat een groot aantal landen die ik nu bezocht heb, mijn paspoort nooit meer met hun stempels zullen verrijken. Dus wilde ik een korte onderbreking van mijn reis, om dan weer 'scherp' verder te trekken. In Nederland heb ik na het Goorse Schoolfeest 3 weken erg veel tijd gestoken in de Tour de France, voor mij het mooiste sportevenement op de televisie. Behalve elke dag kijken betekent dat ook kranten lezen, radio tour luisteren en de jaarlijkse tourtoto organiseren. Daar bleek maar weer eens dat geluk altijd belangrijk bleef, want met goede voorbereidingen eindigde ik de laatste jaren meestal in de subtop, terwijl ik dit jaar zonder enige voorbereiding tot de allerlaatste dag bovenaan stond en uiteindelijk als tweede eindigde. Nadien ben ik begonnen met een vakantiebaantje. Net als een decennium geleden mag ik op camping de Kattenberg de kinderen vermaken met allerlei activiteiten. Zo heb ik een paar weken weer wat te doen, kan ik mijn budget nog een klein beetje uitbreiden en heb ik ook nog een leuke manier gevonden om dat te doen. Het oorspronkelijke plan was om na een tijdje in Nederland verder te reizen naar de rest van Zuid-Amerika, maar eenmaal thuis zijn de plannen gewijzigd. Ik las zowel op teletekst als in de krant dat de Olympische Spelen nog vrijwilligers zocht, waarbij vooral gezocht werd naar mensen met talenkennis. En aangezien ik nog net niet te oud ben om een gecombineerd reis-werk visum voor Australië te bemachtigen, heb ik mijzelf daarvoor aangemeld. Of het gaat lukken is een tweede, maar ik vertrek hoe dan ook richting Oceanie, waar ik behalve Australië ook Nieuw Zeeland met een bezoekje hoop te vereren. Over een week of 2 ben ik weer vertrokken en het volgende verslag zal dan ook weer vanuit het buitenland verschijnen. Wanneer is, zoals altijd, onbekend. Waar ik dan ben, weet ik ook nog niet, maar deze serie nieuwsbrieven ben ik wel van plan een vervolg te geven. Ik hoop dus dat ik ook in Australië bergen E-mail ga krijgen, dat iedereen me op de hoogte houdt van zijn of haar leven. Geen mail is saai, te vaak hoor ik nog van mensen dat ze niets te vertellen hebben, maar vergeet niet dat het alledaagse voor mij, ver weg, ook nieuws is. Dus blijf schrijven, ik zal altijd moeite doen om alles te lezen en als het even kan te beantwoorden. Tot de volgende mail, Gerben | | Friday, August 26th, 2011 | | 11:09 am |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 15
Juli 2000, Deze maal ga ik in op de vraag die ik vooraf zo vaak hoorde, die me onderweg nogal eens gesteld werd en die voor velen blijkbaar onbegrijpelijk is: waarom reis je alleen? Die vraag begint vanaf het moment dat ik begon te plannen om op reis te gaan, toen deze plannen serieus werden, zo'n jaar voor het vertrek heb ik met meerdere mensen gesproken die soortgelijke plannen hadden. Uiteindelijk bleef er niemand over die ongeveer dezelfde periode in dezelfde richting wilde reizen. Dus blijf je alleen. Maar een belangrijke conclusie die ik toen al trok is dat ik liever alleen op pad ging, dan met iemand die niet dezelfde ideeën heeft over deze reis. Dus niet geforceerd op zoek gaan naar een reispartner omdat je perse niet alleen wilt reizen, maar gewoon alleen vertrekken en dan zien hoe het gaat. De nadelen zijn dus duidelijk: je bent maar alleen, hebt niemand om bepaalde ervaringen mee te delen, je bent met zijn tweeën veiliger, het is relatief goedkoper en je kunt op elkaar letten. Maar zoals Johan Cruijff al zo mooi vertelde: "Elk nadeel hep zun voordeel". Dus ben ik onderweg steeds duidelijker de voordelen gaan zien. Je hebt veel sneller aanspraak, zeker bij de lokale bevolking wanneer je alleen reist, maar ook met medereizigers. Je kunt extreem flexibel zijn. Wanneer ik eens een dag geen zin heb om wat dan ook te doen, ga ik met een goed boek ergens in een park zitten en kan daar een paar uur doorbrengen. Wanneer ik een bepaalde stad leuk vind, kan ik er langer blijven, wanneer er niets aan is, reis ik meteen verder. Er is geen overleg nodig, er hoeven geen compromissen gesloten worden, alles gaat zoals ik het wil. En soms is het juist wel eens fijn even alleen te zijn. Om even rust te hebben. En uiteindelijk ben je lang niet altijd alleen. Er zijn velen die onderweg zijn met een grote rugzak, die dezelfde ideeën hebben. Je komt ze tegen op busstations, in hostels, op excursies, in de goedkoopste verblijven uit de reisgidsen en bij de bezienswaardigheden die iedereen 'moet' zien. En met die medebackpackers kom je aan de praat. Met hen wissel je ervaringen uit, je vertelt ze waar je heen wilt en zij kunnen je tips geven. Jij helpt hen weer op weg omdat jij alweer in andere steden bent geweest. En soms gaan we dezelfde kant op. Soms alleen, soms ook samen. Vooral in steden is het leuk om met meerdere nieuwelingen rond te lopen. En dat deed ik dus in New York, St.Petersburg, New Orleans, Guadelajara, Guanajuato, Valladolid, Belize, Antigua, Leon, San Juan, San Jose en David. Met Heidi, Jo, Red, Carmen, Melissa, Neilian and James, Patrizia, Caroline, Scott, Michael, Dorit en Vanessa. Uit diverse landen zoals Portugal, Australie, Nieuw Zeeland, Mexico, Italië, Canada, Engeland en Israel. Ik reisde een stukje samen met Nilande, Tierry, Quaroline and Jennika, Helen en Floris, Chris and Marie, Mascha, Uli en Chris. Amerikanen, een Fransman, 2 Zweedse dames, een Nederlandse student, een Engelse, een Vlaamse en een Duitse. Alleen van punt a naar b, of soms een excursie. Omdat we dezelfde kant opgingen, of omdat we allemaal iets wilden zien. En met sommigen reis je zelfs langer dan een dag. Omdat je toevalligerwijs dezelfde reisplanning had en het zo uit komt. Of omdat het veiliger is bepaalde steden niet alleen te doen. Met Kirsten (Noorwegen) ging ik van Santo Domingo naar Port au Prince (Haiti), een reis die niet vele toeristen maakten, waar we opgelicht werden aan de grens en aan alle kanten belaagd werden bij aankomst. Alex en Michael waren 2 Duitsers die heel Mexico al bijna gezien hadden, voordat we met zijn drieën door vanuit Guanajuato richting Mexico stad reisden en daar in een paar dagen heel veel gezien hebben. Met Karin, ook uit Duitsland, reisde ik heel Honduras door. En omdat we allebei het land mooier vonden dan we gedacht hadden, duurde dat ook langer dan vooraf gepland. Het grappige is dat je onderweg een aantal mensen vaker tegenkomt. Niet gepland, maar omdat ze ongeveer dezelfde route hebben. 2 Australische dames kwam ik in Mexico in 4 verschillende plekken tegen, voordat ik een van hen nog een keer tegenkwam in Belize city. 2 Hollandse studenten kwam ik in 3 verschillende landen tegen en een Australische kampeerder in 3 verschillende Mexicaanse steden. Zo waren er nog een dozijn anderen die ik meer dan eens tegenkwam. Een Duitse studente Ulrike was niet te vermijden. Liefst 4 keer trof ik haar toevalligerwijze in 4 verschillende hoofdsteden. Tenslotte heb ik onderweg een aantal oude bekenden opgezocht. Onderdak is dan al geregeld, een goede gids ook, want iemand bezoeken die al een tijdje ergens woont is altijd goed. Dus dank ik Frank/Max in Columbia Maryland (USA), Margreet en Rich in Vienna, Virginia (USA) , Allison in Porlamar, Isla Margarita (Venezuela) en Euclides en Patricia in Port of Spain (Trinidad) voor hun gastvrijheid. Dankzij hen had ik een goed uitvalsbasis om van daaruit weer een hoop te bekijken. Alleen reizen. Ja. Alleen zijn. Dacht het niet. Tot de volgende keer, Gerben | | Wednesday, March 30th, 2011 | | 11:32 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 14 Goor, 21 juni 2000Deze keer het verhaal van drie eilanden, namelijk Trinidad, Tobago en Isla Margarita. Op Trinidad genoot ik van de gastvrijheid van mijn Dominicaanse vriend Euclides en zijn vrouw Patricia in de hoofdstad Port of Spain. Een mooie stad, waar alles erg goed beloopbaar is, een stad waarin de Britse invloed nog altijd zichtbaar is. De zogenaamde West Indies verschillen behoorlijk van de rest van de Caribean, niet allen door hun taal, die overigens zeker niet eenvoudig is, aangezien het weliswaar engels is, maar wel met een heel eigen accent. Om iets meer van het eiland te zien, heb ik een rondrit gemaakt met het openbaar vervoer. In een dag kun je dus een groot gedeelte van het eiland zien, al heb je er wel 3 bussen, 6 minibusjes en een gedeelde taxi voor nodig voor je rond bent. Behalve Port of Spain zijn het voornamelijk kleine steden en vele dorpjes die op het eiland te vinden zijn. Maar ook meerdere riviertjes, mooie stranden, stukken regenwoud en vele heuvels zijn zichtbaar. Voor een klein eilandje dus veel variatie. Ook opvallend was de uitgebreide documentatie over de tweede wereldoorlog in het miltair museum, waar zelfs de slag van Arnhem op een grote maquette werd tentoongesteld, enkele landgenoten in deze oorlog hebben daar blijkbaar voor gezorgd. Tobago is het kleine eiland van de twee en een stuk rustiger dan Trinidad. Waar de meeste mensen op Trinidad wonen, komen de meeste toeristen op Tobago. Na een overnachting in de hoofdstad Scarborough heb ik op een scooter in een dag het eiland verkend. Even wennen aan het links rijden, maar al gauw waren de wegen zo rustig dat het eigenlijk niet uitmaakte waar op de weg je je bevond. Binnen een half uur reed ik al op een zandweggetje door de heuvels dat ik met geen mogelijkheid op de kaart kon vinden, maar uiteindelijk kwam ik toch wel weer op de juiste route terecht. Tobago is vol met mooie vergezichten en om de tien minuten was er weer een ansichtkaartachtige baai, waar een enkele visser de vangst van de dag binnenbracht op een verlaten strandje, zoals die in de reclames van Bacardi en Bounty nog wel eens zichtbaar zijn. Behalve mooie stranden was het er voornamelijk erg groen, met enkele erg mooie wegen dwars door het regenwoud, gelukkig dus genoeg schaduw, al kon zelfs veel zonnecreme niet verhinderen dat ik aan het eind van de dag toch meer rood dan bruin was. De boot terug naar Trinidad was niet bepaald het hoogtepunt van de reis. Erg druk en oncomfortabel. Daarbij wordt je na een nacht op de grond om half vijf 's ochtends de stad ingestuurd, maar zoals de engelsen zo mooi zeggen "Beggars can't be choosers." Terug op Isla Margarita wilde ik natuurlijk ook nog het een en ander zien. Helaas viel de hoofdstad La Asuncion me behoorlijk tegen. Voor een eiland met bijna 500 jaar geschiedenis is er erg weinig te zien. Het museum daar was zelfs, met afstand, het slechtste dat ik op deze reis bezocht en op de fototentoonstelling aan de andere kant van het park hingen foto's waarvoor zelfs ik (die met wegwerpcamera's en een goedkoop Mexicaans toestelletje zo nu en dan een beeldje probeer vast te leggen) me zou schamen. Het kasteel boven op de heuvel met een mooi uitzicht was zo ongeveer het enige dat daar nog de moeite waard was. Gelukkig is er ook nog Pampatar, een oude haven, waar het wel goed toefen is. Een mooi oud fort, enkele kerkjes en naast het strand ook nog vele mooie gebouwen, waardoor het er leuk rondlopen is. En natuurlijk is er het inkoopcentrum Porlamar, waar ik in de kroeg niet alleen de NBA-finals kon volgen, maar zelfs ook nog een helftje van het Nederlands elftal heb meegepikt, de tweede tegen de Denen, velen verzekerden me dat het ook het enige was dat je tot nog toe hoefde te zien. In het gezelschap van een aantal engelsen heb ik ook nog de eerste overwinning sinds 1966 op duitsland mogen beleven, al kan ik nu niet zeggen dat het voetbal de moeite waard was… Tot de volgende mail, Gerben | | Tuesday, March 1st, 2011 | | 10:53 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 12 Porlamar, Venezuela, 2 juni 2000Gerbie on tour (12) Time flies when you4re having fun. Ik ben al 200 dagen onderweg, heb nog niet de helft gezien van wat ik vooraf allemaal wilde zien. Midden-Amerika was groter dan gedacht en een aantal landen (vooral Honduras en Nicaragua) hebben me langer weten te boeien dan dat goed is voor het budget van de reis. Maar uiteindelijk ben ik nu toch in Zuid Amerika beland. Na de rumfabriek in David en een nacht in Penonome kwam ik in de hoofdstad van Panama. Een behoorlijk grote stad, waarvan vooral de oude stad, op een schiereiland erg mooi was. Natuurlijk heb ik het kanaal met een bezoekje vereerd. In het bezoekerscentrum Miraflores werd een film getoond en werden een aantal schepen door een sluis geloosd. Erg interessant, vooral de geschiedenis van het kanaal, waarvoor in de 16e eeuw al ideeën bestonden, terwijl in 1914 pas de eerste boot passeerde. Vanuit Panama vloog ik naar Caracas. Het eerste wat me opviel is hoe duur alles was in Venezuela. De overstromingen vorig jaar hebben blijkbaar vele kleine hotelletjes weggevaagd, de overnachtingen waren nu nog duurder dan in de USA. Caracas is een ontzettende grote stad, zou ik meer tijd moeten hebben om er iets zinnigs over te zeggen. Aan de kust bezocht ik eerst Barcelona (tegelijkertijd bezochten mijn ouders in Spanje een stad met die naam), een grote stad met een klein centrum, vrij oud en erg rustig. Cumana was de andere stad waar ik rondliep. Ook een koloniale stad, naar het schijnt zelfs de eerste stad die de Spanjaarden vlak na 1500 bouwden in Zuid-Amerika. Vanuit een oud kasteel boven op een heuvel was de hele stad zichtbaar. Venezuela is een apart land. Rijk dankzij de olie, maar ook veel armoede. Er heerste een gigantische verkiezingsstrijd hier, totdat een dag of 2 voor de stembusgang alles ineens werd afgelast, omdat de computers niet klaar zouden zijn. Een nieuwe datum is nog steeds niet vastgesteld. Vanuit Cumana ging de ferry naar Isla Margarita. In ruil voor gratis onderdak bij mijn ex-First Choice collega Allison, sjouw ik zo nu en dan een paar dozen naar haar nieuwe appartement. Ondertussen is het goed even wat rust te nemen, waarvoor dit eiland ideaal is. Het is niet zo erg als ik gedacht had (ik vreesde een sort Cancun met alleen maar hotels en stranden en souvenirshops), Porlamar is zelfs een echte stad, niet eentje bedacht door projectontwikkelaars. Mijn oude First Choice-connectie leverde me een 2 daagse excursie op naar de binnenlanden van Venezuela. Eerst langs de Angel waterval (de hoogste ter wereld naar het schijnt) gevlogen, waarna langs ander watervallen varend en na een korte wandeling de kans kregen achter een grote waterval langs te lopen. Een schitterende ervaring. Zeiknat natuurlijk, maar bij de tropische temperatuur is dat alleen maar welkom. De hoeveelheid water die je langs ziet vallen is onvoorstelbaar. De tweede dag was voor een junglewandeling, een boottocht op een van de vele rivieren en een bezoekje aan een indianendorp. Veel gezien in 2 dagen, dus dat was absoluut een aanrader. Van het EK zie ik waarschijnlijk niet veel hier, maar de NBA-playoffs gaan me gelukkig niet mis, daarbij speelt de beste Venezolaanse baseballspeler (Galaraga) voor mijn favoriete team (Atlanta Braves) in de USA, dus daar staan de kranten dagelijks mee vol. Voor nu, genoeg geschreven, wachtend op al jullie mail, groet ik u allen van ganser harte! Gerben | | Wednesday, February 23rd, 2011 | | 10:34 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 11 David, Panama, 15 mei 2000Gerbie on tour (11) Hallo iedereen, Pak de schoolatlas of de landkaarten er maar weer bij, hier is het volgende reisverslag van ondergetekende. Het zal overigens het laatste uit midden amerika zijn, aanstaande zaterdag vlieg ik namelijk naar Caracas. In Nicaragua bezocht ik nog een plaatsje voor ik de grens passeerde, San Juan del sur, de favoriete badplaats van veel rijkere hoofdstedelingen. Het was er erg kalm, behalve een enkele surfboy uit Australie was er geen mens te bekennen. Eenmaal in Costa Rica verbleef ik eerst in Liberia, daarna in Alajuela. Beide semi-grote steden. Verder valt op dat Costa Rica eens stuk groener is dan eerder bezochte landen. In laatstgenoemde plaats zat ik afgelopen zondag in het stadion voor een schitterende voetbalwedstrijd. De thuisclub kon namelijk kampioen worden, dus het stadion zat bijna vol, iedereen in het rood-zwart, dus onpartijdig toekijken kon ik ook niet. De bezoekers werkten echter niet echt mee en kwamen met 0-2 en 1-3 voor. In het laatste half uur gebeurde erg veel. 2 rode kaarten, 2 penalties, waarvan 1 gemist, onderling meppen op een andere tribune en 5 goals, waardoor ze toch nog met 6-3 wonnen. De concurrent won echter ook, dus het kampioenschap hebben ze gisteren pas gevierd, zonder mij dus. De hoofdstad San Jose is een iets te Amerikaanse stad, naar mijn smaak. Alle grote winkels en fastfoodketens waren vertegenwoordigd, je had net zo goed in Miami kunnen lopen, het verschil was niet te merken. En ook al ben ik een fan van grote steden, deze kon me niet echt bekoren. Vanuit San Jose was het wel eenvoudig om met een huurauto (en 2 medereizigers) richting de vulkaan Irazu te rijden. Ruim 3400 meter, de eerste keer dat ik uberhaupt in de bergen reed, al was de stad zelf een groter probleem. Bij mooi weer schijn je beide oceanen te kunnen zien, maar het was bewolkt, zoals bijna altijd naar het schijnt, dus konden wij 'slechts' de kraters bekijken. Op weg zuidwaarts heb ik nog in San Isidro del General rondgelopen. Niet echt een opwindend plaatsje, zelfs op de kermis was het extreme rustig, alleen de bingotent zat vol. Maar het was eenvoudig om de reis op te breken, op weg naar weer een grens. De dag erna in de bus was niet de beste. Uren in een bus die veel sneller zou moeten kunnen, vlak voor de grens begint het te regenen, waardoor ik eerst anderhalf uur moest schuilen, daarna 2 keer een extreme trage, onvriendelijke en bureaucratische ambtenaar achter een loket (dat me dat nog opvalt na alle grensovergangen zegt genoeg over hoe traag het echt ging), tenslotte nog een bus waarna ik in David, Panama belandde. Een uur tijdverschil, dus ik zit nu weer op 7 uur van west-europa, ipv 8. In het algemeen was ik niet al the enthousiast over Costa Rica. Vele Amerikanen zullen het me met me oneens zijn, maar in mijn ogen waren de mensen er minder open en hartelijk als in de rest van midden Amerika. Behalve tientallen nationale parken is er ook weinig te doen, tenzij je graag op het strand ligt. En na een vulkaan en een regenwoud, hoef ik persoonlijk niet de volgende dag meteen nog een vulkaan beklimmen of een volgende wandeling tussen de muggen te maken. Daarbij was het er nog relatief duur ook, sinds Mexico niet meer meegemaakt. Boquete was het eerste dorp dat ik bezocht in Panama. Een leuk bergdorpje, blijkbaar behoorlijk verschillend van de rest van het land, maar dat kan ik nog niet beoordelen. Het was er wel erg rustig, de mensen waren er erg vriendelijk en het was leuk er een paar korte wandelingen te maken. Vandaag hoop ik, net buiten David, een rumfabriekje te bezoeken, voordat ik verder reis op weg naar de hoofdstad. Nog een paar dagen en na het beroemde kanaal gezien te hebben begint de volgende etappe: Venezuela. Voor vandaag, genoeg geluld, goodgoan en tot de volgende mail! Gerben | | Friday, May 14th, 2010 | | 3:22 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 10 Managua, 3 mei 2000Gerbie on tour (10) San Miguel, de warmste stad van El Salvador was de enige die ik nog bezocht op weg naar Nicaragua. Behalve een gesprek met een groepje lijmsnuivers in het park was het eigenlijk niet echt de moeite waard. Via Esteli in Nicaragua kwam ik in Leon, een van de voormalige hoofdsteden, waar ik tijdens de semana santa verbleef. Deze dagen voor paaszondag zijn de enige vakantie voor geheel midden Amerika, voor de lokale bevolking dus de enige kans eens te vieren. Aan de kust is dan chaos troef, in de stad Leon waren het voornamelijk de processies door de straten van de diverse kerken die de aandacht trokken. Vrij rustig dus. Dat dat niet overal het zo was bleek uit de berichten dat tijdens de paasdagen in midden Amerika in totaal bijna 500 die paasmaandag (wat hier overigens niet gevierd wordt) nooit hebben gezien door verdrinking, geweld, auto-ongelukken, alcoholvergiftigingen en andere oorzaken. Granada is een mooie oude koloniale stad, waar je dus ook meteen weer tientallen gringo’s tegenkomt. Het ligt aan het meer de Nicaragua, het grootste meer van dit gedeelte van de wereld, helaas ook erg smerig en stinkend. Vanuit Granada duurde het drie dagen om aan de Caribische kust te komen, zandpaden, bussen met een bodem die genoeg uitzicht gaf op de weg, slechte wegen en dunbevolkte gebieden, voordat de laatste dag een Panga de laatste 2 uur over een rivier richting Bluefields aflegde. Een leuke reis naar een dorp gesticht door een Nederlandse piraat Blaufeldt. Na 2 dagen daar te zijn geweest en de locale cultuur een beetje te hebben geproefd ging het terug met een klein vliegtuigje, waar een dozijn passagiers in konden. Een niet eenvoudige reis, maar zeker de moeite waard. Managua de hoofdstad van het land is een onoverzichtelijke verzameling van verschillende dorpen, lijkt het. Niets is central, er is nergens een gebied waar je rustig kunt rondkijken, alles is verspreid over de stad. Tenminste, datgene wat nog over is, nadat in de 70-er jaren een aardbeving grote delen verwoeste, en de stad nog steeds niet geheel hersteld is daarvan. Nog een paar dagen in Nicaragua en dan vertrek ik naar Costa Rica. Het is het armste land van dit continent, maar de armoede is niet zo schrijnend als in sommige andere steden die ik bezocht (Port au Prince!). De mensen zijn allemaal erg vriendelijk en gastvrij, praten graag met een buitenlander en zijn nog niet zo beïnvloed door het toerisme zoals in Guatemala. Tot de volgende keer, Gerben | | Tuesday, May 4th, 2010 | | 9:10 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 9 Tegucigalpa, Honduras, 16 april 2000Gerbie on tour (9) Dag iedereen, Allereerst wil ik graag iedereen bedanken die de moeite doet me nog steeds te mailen. Helaas wordt het steeds moeilijker om regelmatig te antwoorden. Computers zijn in dit gedeelte van Centraal Amerika niet zo eenvoudig te vinden als in de VS, Dom. Republiek en Mexico. Vandaar ook dat mijn nieuwsbrief wat langer op zich laat wachten. De afgelopen maand heb ik in 2 landen doorgebracht: El Salvador en Honduras. El Salvador is vrij klein en er is ook niet al te veel te zien. De hoofdstad San Salvador viel me, na Guatemala city, een beetje tegen (het leukste was nog een lange duscussie over alle problemen van het land in een comedor) en ik ben daarom maar doorgereisd riching Santa Ana, de tweede stad van het land. Die stad vond ik wel de moeite waard, maar in 2 dagen heb je het ook wel gezien, nadat ik daar ook mijn verplichte voetbalwedstrijd had bezocht ben ik er ook weer vertrokken. Via Guatemala (weer, maar slechts op weg naar) belandde ik in Honduras, allereerst nog een keer ruines, deze keer in Copan, vooral bekend vanwege een trap vol hyrogliefen waar anthropologen jaren kunnen studeren. Vanuit Puerto Cortes, de grootste havenstad ben ik met de enige trein van het land richting Tela gereisd. Een schitterend erg oud bommeltje dat bij elke melkbus stopte en er uren over deed om nog geen 70 kilometer af te leggen, een mooie ervaring. Tela is een leuk stadje aan de kust, met veel oude vervallen gebouwen. Vanuit La Ceiba vertrok ik voor de verplichte paar dagen rust naar Utila, een eilandje in de caribische zee. Behalve een wandeling en een middag op een mountainbike, heb ik er vooral gelezen, geschreven en me gespecialiseerd in het hangmatliggen. In Trujillo, de oudste stad van midden Amerika was het mooiste museum dat ik ooit bezocht. Een oude loods waar alles werd bewaard waar de eigenaar de hand op kon leggen. Van toiletpotten en gasfornuizen, via postzegels en bankbiljetten, tot strijkijzers, dierenschedels en oude typmachines. Schitterend en vooral allemaal erg onlogisch bij elkaar gegooid, alleen daarom is de stad al de moeite van het bezoeken waard. In het binnenland, op weg naar de hoofdstad, een stop in La Union, waar een wandeling in een echt tropisch regenwoud op het programma stond. Een niet al te breed pad moest gevolgd worden vanuit het visitors center, waarna alle borden ontbraken en soms zelfs het pad nauwelijks vindbaar was. Na ruim 2 uur toch het beginpunt weer gevonden, fascinerend, al weet ik nu ook dat ik de Amazone in Zuid Amerika waarschijnlijk links laat liggen. Sinds een paar dagen zit ik nu in de hoofdstad Tegucigalpa. Onuitspreekbaar, wel leuk, maar niet echt schitterend. Maar dit land heeft me nu al bijna 3 weken binnen zijn grenzen. Na het weekend vertrek ik richting Nicaragua, ik lig al behoorlijk achter op de oorspronkelijke globale planning, maar kan gelukkig ook de vrijheid nemen daar van af te wijken. Iedereen de groeten en blijf gerust mailen. Ook al antwoord ik soms laat of zelfs niet, ik lees jullie berichtjes nog steeds graag. Gerben | | Wednesday, April 7th, 2010 | | 11:15 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 8 Santa Ana, El Salvador, 25 maart 2000Gerbie on tour (8) Sinds dag 103, de dag van het vorige reisverslag, heb ik vooral veel gereisd. Bleef ik voordien nog wel eens een aantal dagen in dezelfde stad, de laatste 23 dagen was het vaak aankomen, rondkijken en weer verder. Ik ben ondertussen aangekomen in El Salvador, heb dus een meerdere landen gezien de laatste weken. Vanuit Oaxaca heb ik nog een tochtje gemaakt in de omgeving, naar de waterbronnen van Hierve el Agua en de ruines van Mitla, terwijl achteraf vooral de trip zelf vanwege de vele mooie uitzichten het leukste was. In San Cristobal de las Casas heerst nog een beetje de sfeer van de Zapatistas, die daar ooit hun opstand begonnen, terwijl in Palenque de mooiste ruines van het land te zien waren. Ook de watervallen van Agua Azul waren schitterend. Terwijl het dorpje Palenque zelf niet al te veel was, was het toch ook leuk om ´s avonds op de stoep van het pension te hangen met een groepje reizigers en de eigenaars, onder het genot van een koud drankje en een lekkere temperatuur. In Merida, een grote stad die me tegenviel, zag ik nog een carnavalsoptocht die de moeite waard was. Het was geen Rio, maar leuk om te zien was het wel. Vanuit Valladolid bezocht ik de ruines van Chitzen Itza (veel te druk, busladingen vol) en ook Cancun (ik wilde mijn vooroordelen tegen het dorp bevestigd krijgen en ze werden zelfs overtroffen), waarna ik een rustdag en een half heb ingelast aan het strand van Tulum, met slechts een onderbreking voor, alweer, ruines. Verblijfplaats was een cabaña, een soort hutje in de duinen, waar de vloer gewoon het zand van het strand was en waarop alleen een betonblok geplaatst was, met een matras. Een enkele kaars zorgde voor de verlichting. Van het land Belize heb ik te weinig gezien. De stad met dezelfde naam is klein, al is het de grootste van het land. Er is weinig te zien, maar er hangt wel een leuke sfeer. En de boot, in dit geval een speedboot waar zo´n 25 in kunnen, vertrekt er naar Caye Caulker, een klein eilandje voor de kust van het land, vooral geliefd onder de watersportliefhebbers, ik ben dan ook dezelfde dag weer teruggekeert naar de voormalige hoofdstad. Ook al is het land klein, er is toch het een en ander te zien, maar onderweg moeten er helaas keuzes gemaakt worden, ik besloot door te reizen. In Guatemala was het eerste reisdoel de ruines van Tikal. En ook al had ik al meerdere Maya-ruines gezien, Tikal is uniek vanwege de ligging midden in de jungle en de omvang. Het is absoluut een ervaring om over verlaten junglepaden te lopen, op weg naar een afgelegen piramide, terwijl boven je in de bomen de apen rondslingeren. De quote van de week kwam hier van een Amerikaanse tiener, die bij aankomst de parkeerplaats zag en vroeg: “Do we actually have to WALK to the ruins?”. Tikal was uniek en schitterend, maar hiermee heb ik voorlopig ook wel genoeg oude stapels stenen gezien. Uiteindelijk gaan alle ruines op elkaar lijken. Opvallend is het aantal reizigers onderweg dat min of meer dezelfde routes neemt. Zo kom je mensen meerdere keren tegen, op diverse plekken in centraal amerika. Soms handig, kun je nog wat ervaringen uitwisselen en elkaar wat tips geven, soms ook wel irritant. Denk je bezig te zijn met een unieke reis en dan blijken er tientallen precies hetzelfde te doen. En dat is zelfs op hetzelfde moment! Antigua in Guatemala is de favoriet van velen. Inderdaad is het een leuke stad, maar het aantal buitenlanders, vooral Amerikanen, die een spaanse cursus als excuus gebruiken om er weken lang te feesten was me te groot. De hoofdstad vond ik een stuk leuker, ook al wordt die door iedereen afgeraden. Maar alleen al het park in het centrum was het bezoek waard. Predikanten staan er te preken, terwijl 50 meter verderop potentieverhogende middelen worden verkocht. Straatartiesten en verkopers, maya indianen en schoenenpoetsers, er is genoeg te zien. Voordat ik naar El Salvador vertrok heb ik nog een dag aan het strand van Monterrico gehangen, voornamelijk onder de palmbomen, de temperatuur was er erg hoog, het zwarte zandstrand maakt het niet eenvoudiger. De weg ernaartoe was minstens zo leuk, met 2 bussen en een boot over een klein riviertje voordat je er bent. In centraal America zijn de afstanden wat minder groot in vergelijking met Mexico, ik weet dan ook nog niet vanuit welk land mijn volgende brief komt, maar jullie zien het vanzelf wel! Tot mails, Gerben | | Sunday, March 28th, 2010 | | 8:45 pm |
Gerbie on tour, Nieuwsbrief 7 El Remate (Guatemala), 13 maart 2000Gerbie on tour (7) In diverse mailtjes kwam ik vragen tegen over het hoe en wat van deze reis. Oftewel, ik heb het idee dat velen geen idee hebben hoe mijn leven er uit ziet, behalve dan waar ik zoal ben, te lezen in mijn eerdere nieuwsbrieven. Het leven onderweg draait om het continu maken van beslissingen. Waar slaap ik vannacht? Wanneer vertrek ik van hier? Wat wil ik zien in deze stad, of deze omgeving? Welk transport neem ik wanneer? Mijn manier van reizen is gebaseerd op improviseren en flexibel zijn. Ergens in een van de reisgidsen die ik gebruik onderweg staat dat reizen met een backpack geen keus is. Het is de enige manier om werkelijk te reizen. Vele backpakkers zullen dat beamen. Door niet te kiezen voor een rondreis of een pakketje van een touroperator, heb je de kans om een land echt te leren kennen. Je moet namelijk continu overal informatie zoeken en vinden. En op die manier kom je automatisch veel in contact met de lokale bevolking. Maar begin bij het begin. Alles wat ik bij me heb zit in die ene grote rugzak. Vooral erg veel sokken en ondergoed, zodat ik niet regelmatig hoef te wassen, maar voor de rest zo weinig mogelijk. Mijn fleece voor de koude gebieden en die verschrikkelijke lange afstandsbussen waar de airco zo hard zijn best doet dat je je in Lapland waant, terwijl je in Mexico bent. Verder alleen echt noodzakelijke dingen als de toilettas, de firstaid kit, mijn slaapzak en een aantal overige kledingstukken. De eerste beslissing die elke ochtend genomen wordt is waar ik die avond ga slapen. Soms blijf je waar je bent, soms kun je ´s ochtends op zoek, soms pas na aankomst in een nieuwe verblijfplaats. In America was het simpel. Zoek de hostels. Niet alleen zijn hotels veel te duur, de sfeer van de hostels is altijd goed, je komt er vele mede-reizigers tegen en samen kun je ook nog eens de stad bekijken, voordat ieder weer zijn eigen weg vervolgt. In Mexico is het vinden van de slaapplaats anders. In grote steden is het nog wel te doen, in kleinere steden vertrouw je op de reisgids of op tips van mede-reizigers. Soms is een bus die ´s avonds laat vertrekt een goed alternatief. Je spaart een nacht uit, hebt de dag om nog het een en ander te doen, en arriveert mooi op tijd op de volgende bestemming om meteen de nacht erna te regelen. Naast hostels heb ik dus al geslapen in bussen, motels, in een huurauto, pensions, guesthouses, hotelletjes, prive-kamers, in een cabaña (strandhutje) en in een bungalow, al had dat ook meer weg van een hut, zeker met het ontbreken van deuren en ramen. Het idee lijkt me wel duidelijk: niet te veel uitgeven aan overnachtingen, zo lang je maar regelmatig een goede nacht slaap krijgt! Het reisschema is continu aan verandering onderhevig. In de VS bepaalden de tijden van de Greyhound bussen soms wat mijn volgende bestemming werd. Onderweg zijn er een aantal dingen die ik vooraf wist waar ik heen wilde. Andere steden kwamen uit de reisgids, vanwege het feit dat het op de route lag of naar aanleiding van tips van reizigers, lokale toeristeninfo´s, busstationmedewerkers en andere inheemse bevolking. Oftewel: iedereen kan me beinvloeden. Kom ik ergens waar ik het leuk vind (Guanajuato), dan blijf ik langer, vind ik er geen klap aan (Orlando, Merida) dan ben ik snel weer weg. Het eenvoudigst contact met de lokale bevolking is in de bus en de busstations, bij voetbal- en andere sportwedstrijden en bij live-muziek. Ook heb ik ondertussen uitgevonden dat het schrijven van reisverslagen, al zittende in een park ook reden is om aangesproken te worden. Waarmee ik op het schrijven kom. Zoals sommigen misschien al hebben gezien op mijn homepage (http://welcome.to/gerbie) doe ik een poging om regelmatig een reisimpressie te schrijven. De eerste impressies zijn al te lezen, sindsdien heb ik er al meerdere geschreven, maar aangezien computertijd onderweg beperkt is, is het niet mogelijk deze allemaal op mijn site te zetten. Ze staan dus allemaal in een schriftje, hopelijk lukt het me ze allemaal ooit nog eens uit te werken, zodat iedereen ze kan lezen. Dat is ook meteen de reden dat mijn brieven soms een beetje een opsomming lijken. De impressies zijn te lang en gedetailleerd, naast het probleem van computertijd, zouden ze voor sommigen onder jullie waarschijnlijk te lang zijn. Verder is mijn leven dus eenvoudig. Vind een slaapplaats, beslis wat je wilt zien/doen, lees e-mail regelmatig en antwoord als het kan, schrijf een impressie van dat wat indruk maakte of opviel en verder veel wachten en hangen, dus ook veel lezen. Ik heb me tot nog toe redelijk kunnen redden, zeker in Mexico heb ik een aantal maal boeken geruild, waardoor ik meestal wel wat te lezen heb. Daarnaast lees ik wanneer mogelijk de lokale kranten, weet ik meteen wat er zoal speelt, en is het wereldnieuws netjes gefilterd tot de 2 pagina´s buitenland die er in staan. Luister naar de wereldomroep voor het nederlandse nieuws, de oproepen en het sportnieuws en als ik echt niets meer te doen heb, lees ik verder in Oorlog en vrede van Tolstoj. Ik heb ruim 600 pagina´s gelezen un, nog zo´n 1100 te gaan! Meer vragen? Mail gerust! Groeten, Gerben | | Tuesday, March 9th, 2010 | | 9:27 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 6 Oaxaca, Mexico, 25 februari 2000Gerbie on tour (6) Tweede poging om te schrijven, gisteren ben ik alles kwijtgeraakt, dus ik hoop dat het deze keer wel lukt. Sinds 3 weken reis ik door Mexico, dat is veel langer dan ik gedacht had en ik ben nog maar net ten zuiden van de hoofdstad. Improviseren is belangrijk en ik pas mijn plannen dan ook regelmatig aan. Dit land is ook zo groot en tegelijkertijd is er zo ontzettend veel te zien. Bij aankomst in Nuevo Laredo wilde ik de trein nemen richting het zuiden. Maar toen bleek dat de trein alleen nog maar vracht vervoerd, moest ik mijn plannen aanpassen. De eerste bestemming werd toen Chihuahua. Een leuk stadje, niet alleen naamgever van het hondje, ook nog zeer koud, zeker ´s avonds en ´s nachts, maar vooral het vertrekpunt voor de trein naar Los Mochis. Een treinreis die 18 uur duurde, waar vooral het middengedeelte door de Barrancas del Cobre (copper canyon) schitterend was. Ik weet nu waarom deze reis als een van de mooiste van de wereld beschouwd wordt. Volgende stop was San Blas aan de kust, een soort verborgen favoriet volgens de reisgids, waar inderdaad niet zoveel toeristen rondliepen als in Puerto Vallarta, reden om deze laatste stad na een ruime dag weer te verlaten. Terug in het binnenland kwam ik eerst in Guadelajara. De tweede stad van Mexico, qaua grootte, heeft een schitterende oude binnenstad, waar elke avond iets te doen was, het 586 jarig bestaan werd gevierd. Ook bezocht ik in deze stad een voetbalwedstrijd. Niet zo maar een wedstrijd, maar de klassieker van Mexico tussen de Chivas de Guadelajara en de Aguilas de America. De twee topclubs uit de twee grootste steden van het land. Nadat het erg moeilijk was om een kaartje te vinden (met honderden de hele dag in de rij om erachter te komen dat er slechts 150 kaarten verkocht werden en de rest bij de zwarthandelaars was beland) heb ik uiteindelijk toch tussen 80.000 fanatici de wedstrijd bezocht. Een schitterende ervaring. De thuisclub won overigens met 3-0. Ook in het binnenland ligt Guanajuato, door velen aanbevolen. En absoluut niet overdreven, want de stad heeft zo ongelofelijk veel te bieden. Op de hoogvlakte omgeven door bergen is er natuurschoon, maar ook de stad zelf is prachtig. De binnenstad laat de rijkdom zien uit de tijden dat de zilvermijnen vol in bedrijf waren. De sfeer is er altijd goed, elke avond is gezellig met muziek overal en studenten die de straten bevolken. Daarbij speelde een belangrijk gedeelte van de geschiedenis van het land zich in en in de omgeving van de stad af. Zeer interessant allemaal. Maar het leukste was toch wel ronddwalen door de straatjes en steegjes, zonder precies te weten waar je loopt. De hoofdstad van het land was de volgende bestemming, bij iedereen bekend als Mexico stad, door de inwoners D.F. (distrito federal) genoemd. De stad is zo ontzettend groot, het is onmogelijk alles te zien, dan zou je er jaren moeten wonen, zelfs dan is het niet eenvoudig. Oftewel net als in de rest van het land, was het weer keuzes maken. Het archeologisch museum is schitterend, zo veel informatie over alle verschillende culturen in het hele land, zonder problemen zou je er enkele dagen kunnen rondlopen,dat was ook meteen het enige nadeel. Overvoerd met feitjes en weetjes loopt het hoofd na een paar uur over en kun je gewoon niet meer alle borden lezen. Andere zaken die mooi waren, zijn de Zocalo, het grootste plein ter wereld en alle protserige gebouwen eromheen, waarvan enkelen permanent in de steigers staan, omdat ze aan het verzakken zijn. Het bosque de Chapultepec is groot en er is ook een hoop te zien, de virgen de Guadeloupe is komisch, er zijn namelijk zoveel bezoekers die het beeld van de maagd willen zien (die hier ooit verscheen aan een eenvoudige arbeider), dat er rolbanden zijn aangelegd, om te voorkomen dat mensen te lang blijven staan! Op de 100e dag van mijn reis bezocht ik Teotihuacan, een uurtje ten noorden van de stad. Het complex stamt uit de tijd van de azteken en was destijds een grote stad, gedeeltes zijn er opgegraven, vooral de twee piramides zijn gigantisch groot. Na een zware klim (hitte, hoogte) was het zicht bovenop de piramide van de zon adembenemend (letterlijk en figuurlijk). Al met al ook een indrukwekkend bezoek. Sinds gisteren ben ik Oaxaca, zo´n 6 uur ten zuiden van de hoofdstad. Na twee weken waarin ik elke dag behoorlijke afstanden heb gelopen, heb ik nu een ietwat rustigere aanpak gekozen. Eerst maar eens wat slapen, lezen en rondhangen, en tussendoor zie ik nog wel wat van de stad. Ik realiseer me dat ook deze brief weer een soort opsomming is van waar ik zoal geweest ben, maar mijn manier van reizen brengt dat met zich mee. Ik hoop ooit nog eens de wat langere verslagen op mijn website te zetten, tot die tijd moeten jullie het doen met deze brieven. Blijf mailen, ik lees graag wat er zoal gebeurt in het land terwijl ik er niet ben. Tot de volgende keer, Gerben | | Tuesday, March 2nd, 2010 | | 8:53 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 5 San Antonio, 2 februari 2000Natuurlijk ging mijn vlucht terug naar de Verenigde Staten ook niet als gepland en stond ik dus weer midden in de nacht in de rij voor de douane, maar goed, ik ben uiteindelijk aangekomen waar ik wilde, dus klagen heeft geen zin. Wie reist kan verwachten dat er het een en ander fout gaat. In Miami verbleef ik een aantal dagen in het beroemde stadsdeel Miami Beach. Een mooi gedeelte van de stad, waar overdag het strand druk bezocht is (viel in januari wel tegen overigens) en ‘s avonds de beroemdheden over elkaar struikelen in het nachtleven (zou best kunnen, uitgaan was daar veel te duur..). Nadat ik alles gezien had wat ik wilde zien, inclusief Miami zelf, heb ik een auto gehuurd voor een week. In dit land is dat toch de beste manier om veel te zien en omdat Florida de beste prijzen heeft, was een week nog te doen. In een week heb ik meer gereden dan ik in mijn hele leven heb gedaan (nu had ik mijn rijbewijs ook maar pas een paar maanden, maar toch). Omdat de kleinste auto, waar ik voor betaalde, niet aanwezig was, kreeg ik een middenklasser tot mijn beschikking die in 7 dagen ruim 2500 mijl van dit land heeft afgelegd. Natuurlijk vooral in Florida, maar ook in Georgia, South Carolina (een paar kilometer na weer een verkeerde afslag…), Alabama, Mississippi en Tennessee. Te veel om hier allemaal uitgebreid te vertellen. In het kort Florida: Key West: Schitterende stad, prachtige weg er naar toe. Everglades: Mooie weg dwars door het natuurgebied, waar de alligators in de berm zitten te kijken hoe de toeristen langskomen. Naples: geen schim van zijn Italiaanse naamgever, een van de vele openbare bejaardentehuizen in Florida. Orlando: Touristtrap. Overgeslagen. Daytona Beach: Overschat. St. Augustine: De oudste stad van de staat en dat willen ze weten, op elk huis hangt een plakaat met alle bewoners sinds 1574. Amerika’s poging om geschiedenis in te halen. Georgia: Savannah: Mooie oude stad met veel parken en een onovertroffen 19e eeuwse begraafplaats. Athens: Klein stadje met veel muziekgeschiedenis (R.E.M. e.a.) maar ook een boom midden in de weg met een bordje: The tree that owns itself. Atlanta: Te groot om veel te zien. Ik heb me beperkt tot Turner Field (het stadion van de Braves), CNN-center en het Olympisch park. In Georgia heb ik ook ontdekt dat mijn veronderstelling dat ik geen winter meer zou zien verkeerd was. Sneeuw, ijzel, regen en kou maakten het niet eenvoudig om te rijden, zeker niet ‘s avonds. Ook was slapen in de auto niet echt warm… Maar je leert er van alles. En op een 16-baans autobaan rijden is een kunst die in Nederland voorlopig niet beoefend kan worden. Daarna ben ik naar Memphis gereden, waar ik Graceland heb bezocht, helaas precies op de verkeerde dag, namelijk dinsdag, de enige dag dat de Mansion gesloten is. Maar goed, ik ben er geweest, heb het graf van Elvis en zijn familie gezien en heb in een van de vele souvenirshops gelopen. Beale street, een van de befaamdste straten van dit land, het mekka van de blues, was zelfs op een koude maandagavond de moeite. Waarna ik weer richting Florida moest omdat mijn vervoermiddel in dezelfde staat moest worden ingeleverd als waar ik hem huurde. Dus terug naar Pensacola, een stad waar ik voorheen nog nooit van gehoord had, en die ook niet de moeite waard is, maar wel het dichtste bij Memphis lag. Sindsdien is de Greyhound weer mijn transport. Eerst een paar dagen in New Orleans geweest. Mooie stad, maar volgens mij toch ook lichtelijk overschat. Het French Quarter is veel geroemd, maar buiten de mooie gebouwen staan er ook vele vervallen huizen. Over een paar weken is er het beroemde Mardi Gras, dus dan staat de stad weer op zijn kop. Nu was het er op zaterdagavond rond een uur of 3 al rustig, niet echt wat je verwacht van een stad met zo’n reputatie. En op superbowlsunday (de belangrijkste sportwedstrijd van het jaar voor miljoenen amerikanen) kon ik er geen kroeg vinden met een beetje sfeer. Nadien vertrok ik naar San Antonio, een van de weinige steden in Texas die de moeite waard schijnt te zijn. Klopt wel moet ik zeggen, een mooi oud centrum, waar je nog lekker kunt rondlopen van de ene attractie naar de andere. In dit land is dat een uitzondering. Gisteravond heb ik hier ook een wedstrijd bezocht in de NBA. Dat had ik in Miami ook al gedaan, maar dat viel toch lichtelijk tegen, maar ik had de mazzel nog een kaartje te krijgen voor een topwedstrijd. De San Antonio Spurs (wereldkampioen) tegen de beroemde L.A. Lakers (het beste team van dit seizoen, tot nu toe). Was een mooi spektakel om te zien, al werd het nooit echt spannend, omdat de thuisploeg de hele wedstrijd veel beter was en dus eenvoudig won. Morgen vertrek ik hier en verlaat ik de VS om Mexico te bekijken. Ik heb nog geen idee wat, waar en hoe, nadat ik over de grens ben, maar dat zie ik allemaal nog wel. U hoort nog van mij! Ik krijg gelukkig nog steeds mailtjes, maar slechts een enkeling gaat in op de inhoud van mijn nieuwsbrieven. Moeten ze langer, of juist korter. Meer details, of minder. Zeg het maar, ik schrijf tenslotte maar wat, sta daarom open voor kritiek. Tot de volgende brief en het gaat u allen goed, Gerben | | 8:52 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 4 Boca Chica, 15 januari 2000Allereerst wil ik iedereen bedanken voor de emails, kaartjes, cybercards en groeten die ik kreeg voor kerst, oud en nieuw en mijn verjaardag. Ik heb niet iedereen persoonlijk kunnen bedanken, maar bij deze: mijn dank is groot. Het is alweer een tijdje geleden dat mijn vorige nieuwsbrief verscheen. Om velerlei redenen heeft het even geduurd. Eerst omdat er erg weinig te melden was, daarna omdat het steeds moeilijker werd een computer te vinden om even rustig te gaan zitten. Maar in de laatste nacht voor mijn vertrek van het eiland, moet ik toch nog even deze brief schrijven. 5 weken op dit eiland was te lang. Het kon niet anders met de beschikbare vluchten, maar indien mogelijk had ik het anders gedaan. Terugkeren naar een plek waar je een eerg goede tijd hebt gehad is erg moeilijk. Onvermijdelijk dringen de vergelijkingen zich op en meestal vallen die negatief uit. Zo ook het leven in Boca Chica. Het is nog steeds hetzelfde dorp, als dat waar ik in 92-93 woonde, maar de sfeer is niet meer hetzelfde. Het hotel waar ik destijds werkte is alleen in naam nog gelijk, van de vele mensen die ik ken, zijn er nog maar een paar over. Het is niet anders, maar 3 weken in dit dorp zijn dan wel erg lang. Fragmenten uit mijn logboek: Dag 36, 20.12.99, Boca Chica: uitslapen, email gecheckt, siesta, rondgelopen. Dag 39, 23.12.99, Boca Chica: Ultiem niks. Dag 47: 31.12.99, Boca Chica: Luie dag (alweer), feest weinig noemenswaardig. Maar om nou te zeggen dat het niet de moeite was om hier te komen is overdreven. Ik heb diverse mensen teruggezien, enkele zelfs onverwacht. Daarnaast heb ik op het eiland het een en ander bezocht, plaatsen waar ik nog niet eerder geweest ben, zoals San Pedro de Marcoris, Barahona en Monte Cristi. Een schitterende reis gemaakt naar Samana, via een kleine ferry, waar alleen maar te komen was via een slingerweggetje door een heuvelachtig gebied met veel natuurschoon en het laatste stukje met een klein houten bootje, omdat de ferry niet helemaal naar de kust kon varen. Absoluut de moeite waard. Het meest avontuurlijke was de reis naar Haiti. Toen ik hier voor het eerst was wilde ik dat gedeelte van het eiland al bezoeken, maar dat was destijds te gevaarlijk. Nu ben ik wel geweest en dat spijt me niets. Natuurlijk zijn er negatieve kanten wanneer je een van de armste landen ter wereld bezoekt. Al bij aankomst voor 20 dollar opgelicht worden is nooit leuk. Taxichauffeurs en 'gidsen' die je een poot pogen uit te draaien, geven een verkeerde indruk van het land. De hoofdstad Port au Prince is een mooie stad, waar van alles te zien is, ook zonder hulp, een goede reisgids is voldoende. Het gedeelte dat men 'downtown' noemt is een grote marktplaats. Op een stukje boven de stad, in de heuvels, wonen degenen die het zich kunnen veroorloven om niet in de smog te leven, in een buitenwijk Petionville genaamd. Hoe dan ook is het een erg smerige stad, al doet men 's avonds pogingen alles op te ruimen, overdag voel je je erg vuil. Even in je handen wrijven en het vuil verschijnt zichtbaar. Voor mij was het hoogtepunt van mijn bezoek de reis van de hoofstad naar de noordkust, Cap Haitien. In een erg oncomfortabele bus (zo'n oude amerikaanse schoolbus, met drie volwassen per bankje) over wegen waar meer gaten aanwezig waren dan in een doorsnee vergiet, en genoeg zand om het strand van Scheveningen dagelijks te verversen, bleek het een reis langs mooie kusten, kleine dorpjes, heuvels en bergen, riviertjes waar de was gedaan werd en veel schitterende vergezichten. Natuurlijk begaf de bus het na een aantal uur, waardoor we met zo'n 60 mensen achter in een open vrachtwagen terecht kwamen, maar dat maakte de reis voor mij alleen maar leuker. En ik zat ook niet meer zo krap... In het hotel (pension, overnachtingsplek, geef het maar een naam) werd ik de nacht erna door muggen bijna opgegeten en mijn armen zagen er een week lang uit alsof ik de mazelen had, maar uiteindelijk was het allemaal zeer zeker de moeite waard. Nu is het tijd verder te reizen, vooralsnog lijkt het erop dat ik morgen met de vlucht meemag naar Miami, en dus is het tijd om weer afscheid te nemen van een hoop vrienden hier. Na 5 weken, 3 baseballwedstrijden, 5 nieuwe dorpen hier, en 2 aan de andere kant, en vele sociale bezoekjes, staan de verenigde staten weer op het programma. Op weg naar Mexico zal ik nog wel een aantal stops maken, in mijn volgende nieuwsbrief daarover meer. Voor nu, bedankt voor de aandacht en tot ziens! Gerben | | Sunday, December 6th, 2009 | | 11:54 am |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 3 Boca Chica, 19 december 1999Hallo iedereen, Welkom bij het derde deel van Gerbie on Tour, de laatste keer dat ik dit jaar een nieuwsbrief stuur. De eerste vanuit de Dominicaanse Republiek. Maar eerst terug naar Florida. Na de middag in Tampa te hebben gewacht, heb ik een paar dagen in Clearwater doorgebracht Op de kaart leek dit een kustplaatsje bij Tampa, in de praktijk bleek het een grote stad te zijn, waar voornamelijk ouderen hun tijd doorbrengen nadat ze gepensioneerd zijn. Of zoals een Amerikaanse in de kroeg treffend vertelde: "They come here to die". Niet echt een opwindende stad dus. St.Petersburg, vlak daarbij (er tegenaan zelfs) was iets leuker, zelfs het Salvador Dali museum was de moeite waard, en een echte museumfan ben ik zeker niet. Met de Greyhound ging het weer verder naar Miami, nogmaals realiseerde ik me hoe groot dat land is. Binnen Florida ben je zo een dag kwijt aan reizen. Dus echt tijd om in Miami eens rond te kijken had ik niet, want de volgende dag had ik een vlucht. 'Had' bleek inderdaad het woord, want toen ik op het vliegveld aankwam, bleek mijn vlucht gecanceld, zonder dat ik dat wist. Maar ik mocht wel mee op de volgende vlucht de volgende ochtend, als ik 3 uur van te voren aanwezig was. Dat betekende dus 19 uur rondhangen op het vliegveld, tenslotte had het weinig zin om een hotel te zoeken, wanneer ik weer om 5 uur 's ochtends terug moest zijn op het vliegveld. Tussen alle Domincaanse families, met bagage waar alleen al een cargovlucht mee gevuld had kunnen worden, kwam ik dus een dag later dan gepland aan op het vliegveld van Santo Domingo. Ondertussen is het reizen een beetje omgeslagen in vakantie vieren. Ik heb een klein kamertje met alles er op en er aan (gasstel, koelkastje, koude douche en toilet) voor een maand gehuurd en heb meer rustdagen dan normaal. Op andere dagen heb ik oude collega's bezocht, heb ik in de hoofdstad rondgelopen en ben naar een Baseballwedstrijd geweest. Maar ook heb ik al 2 boeken uitgelezen en ben ondertussen begonnen met Oorlog en vrede, ruim 1600 pagina's leesvoer, speciaal meegenomen om zo lang mogelijk mee te gaan. Ik ben pas op bladzijde 71, dat moet dus lukken. Het is aan de ene kant alsof ik niet ben weggeweest, ik ken tenslotte de weg hier in Boca Chica en in de hoofdstad Santo Domingo, aan de andere kant is er een heleboel veranderd. In het hotel waar ik destijds werkte (en waar ik nu ook 's nachts de computer kan gebruiken omdat de nachtportier destijds als receptionist werkte) is bijna niets meer hetzelfde. Twee keer zo veel kamers, een nieuwe receptie, andere restaurants, een nieuw zwembad en nog geen handvol personeelsleden die hier destijds werkten. Ook is men overgegaan om het door mij zo verfoeide 'Todo Incluido' systeem, waarbij de toerist thuis een keer een bedrag betaald, dan niet alleen een vlucht en een hotel heeft, maar zelfs alle maaltijden en alle drankjes er bij cadeau krijgt. De sfeer in zo'n hotel is volgens mij waardeloos. Aan de rand staan bewakers die ervoor zorgen dat niemand anders profiteert van de open bar, terwijl binnen de perken van het complex de gasten de hele dag niets doen, behalve luieren, eten en vooral drinken. Dus eerst 10.000 kilometer vliegen, om dan hier helemaal niets van het land te bekijken, ik begrijp er niets van. De regering is ondertussen druk bezig het land een beter aanzien te geven. De straten zijn geen zandpaden meer, maar er ligt asfalt, de verkopers op het strand moeten tegenwoordig zelfs een vergunning hebben en in de hoofdstad is men bezig extra wegen aan te leggen via bruggen en tunnels om de drukte in het verkeer op te lossen. Zelfs de bussen in de stad (voorheen oude amerikaanse schoolbussen) zijn verangen door nieuwe exemplaren. Volgend jaar weer verkiezingen hier, de strijd is al losgebarsten, iedereen wil graag verantwoordelijk zijn voor de ontwikkelingen die hier gaande zijn. Nog een aantal weken hier, als tenminste mijn retourvlucht wel klopt, wat volgens mijn buurman in het vliegtuig niet zo is, dus ik ben al op zoek naar nieuwe dingen om te doen en/of zien. Waarschijnlijk ga ik tussendoor nog een paar dagen naar Haiti, dat is is een reis van een halve dag en niet meer zo gevaarlijk als voorheen. En dan in het nieuwe jaar weer terug naar de USA om van daaruit verder te reizen. Ik dank al degenen die me email stuurden, het doet me deugd alle nieuwtjes te lezen, blijf sturen, ik lees ze allemaal, al moet ik hier wel elke keer in de rij voor de enige internetcomputer van het dorp, maar aangezien ik toch tijd genoeg heb, is het me dat wel waard. Ik wens iedereen prettige kerstdagen en een heel gelukkig nieuwjaar en tot mails! Gerben | | Saturday, November 28th, 2009 | | 5:41 pm |
Gerbie on tour, nieuwsbrief 2 Tampa Bay, 5 december 1999Hallo iedereen, ik zit nu in de bibliotheek van Tampa, alwaar ik vanochtend al wachtend toch de bus wist te missen! Dus nu heb ik 4 uur de tijd, gelukkig ging de bieb open en kan ik nieuwsbrief nummer 2 sturen. De tweede week van mijn reis ben ik in Vienna, Virginia bij Margreet en Rich en in Columbia, Maryland bij Frank (Max) geweest. Zij hebben me van alles laten zien (Georgetown, Alexandria, Baltimore) en onderdak gegeven, plus me kennis laten maken met het Amerikaanse nachtleven. Zelf heb ik tussendoor nog een keer door Washington, DC gelopen, alwaar ik de erg indrukwekkende Vietnam memorial voor de tweede keer bezocht en een paar goede gesprekken heb gevoerd met een actievoerster bij het Witte Huis en een dakloze in een park vlak daarbij in de buurt. Tenslotte had ik de mazzel dat ik gebruik mocht maken van de computers van de gastvrije vrienden, ik heb dus zelfs e-mail kunnen beantwoorden en mijn homepage ( http://welcome.to/gerbie) kunnen updaten. Deze week was het tijd om als een idioot rond te reizen. Ik heb namelijk een 7daagse pas van de Greyhound gekocht en deze tot nog toe behoorlijk weten te gebruiken. Eerste stop was Richmond, VA maar daar had ik al snel door dat ik niet te lang wilde blijven, waarna ik dus de nachtbus naar Nashville, TE genomen heb. Daar heb ik dus een dagje rondgelopen en veel gezien, maar vooral veel countrymuziek geluisterd. Vrijwillig en onvrijwillig. En dan was 16 uur ruim genoeg, waarna ik dus de volgende nachtbus heb genomen naar Charlotte, NC. De meest nutteloze ervaring tot nu toe mag ik wel zeggen. 1 mall in het centrum, waar je nog eerst een kwartier moet zoeken hoe je binnenkomt als je niet met de auto bent, en een paar kerkjes op de rand eromheen. Verspilde energie dus. Dit in tegenstelling tot Charlestown, SC waar ik aan een hele middag maar net genoeg had om alles te zien, en dan ben ik nog alleen in het 'oude' gedeelte geweest. Heel leuke sfeervolle stad, wat natuurlijk nog eens versterkt werd door het feit dat het T-shirt weer was, en dat in December. Vannacht ben ik richting Florida gereden, waar ik eerst naar Orlando wilde, maar op het station daar had ik al snel door dat er behalve grote toeristenvallen niks is, dus ben ik verder getrokken naar Tampa, waar ik dus nu zit. Vanmiddag ga ik dan naar Clearwater, waar ik Frank binnenkort nog een keer tegen hoop te komen, nu hij hier voor Business zit. Donderdag komt er dan een einde aan mijn eerste gedeelte USA, want dan vlieg ik naar Santo Domingo. Zo staan de zaken er op dit moment dus voor, iedereen kan nu zijn bosatlas opzoeken en ik meld me over een tijdje wel weer. Blijf aub mailen, ik kan helaas niet altijd antwoorden, maar ik lees alles en waardeer het ten zeerste! Groeten, Gerben | | Wednesday, November 25th, 2009 | | 9:52 pm |
Gerbie on Tour, nieuwsbrief 1 Baltimore, 24 November 1999
Hallo iedereen,
Welkom bij Gerbie on tour, deel 1. Ik ben nu ruim een week onderweg en zit nu in Baltimore, waar ik een rustdag heb ingelast. In die eerste week heb ik behoorlijk wat bekeken, ik zal vooraan beginnen.
Ijsland. Meteen het moeilijkste gedeelte tot nog toe. ‘Normaal’ vraagt iedereen altijd wanneer je ergens geweest bent: “Wat vond je ervan?” In dit geval weet ik het antwoord niet. Misschien is 72 uur te kort om een land te bekijken, misschien ben ik niet genoeg natuurliefhebber om het land op zijn juiste waarde in te schatten. Ondanks dat het er erg koud was en heel erg duur, heb ik toch de moeite genomen het een en ander te bekijken. Reykjavik is gewoon een provincieplaats als anderen. Leeuwarden, Groningen, Arnhem of Enschede. Een klein centrum, niet al te veel te zien, als toerist ben je er in een halve dag uitgekeken. Natuurlijk heb ik de geisers bezocht, want het land verlaten zonder dat te doen is niet erg slim. Een mooi gezicht zeker ook omdat de rest van het landschap wit van de sneeuw was. Tenslotte ben ik nog in Akranes geweest, een klein vissersdorp, waar zo weinig te zien was dat het gewoon leuk was.
Na kleinschalig Ijsland volgde New York. Grotere overstap nauwelijks denkbaar. Alle cliché’s zijn gewoon waarheid (daarom zijn ze waarschijnlijk ook cliché geworden, en datis op zich weer een cliché…) Op 5th avenue lopen is een aparte gewaarwording. Ook al heb ik veel in de subway gezeten, gewoon over straat lopen was zeker ook de moeite waard. Alle attracties van deze gigantische stad zijn in Manhattan, dat maakt het wel eenvoudig. En in 3 dagen heb ik ze allemaal gezien: van de Brooklyn bridge tot het Yankee stadium, Central park en de empire state building, ellis island en het vrijheidsbeeld, Wall street en Harlem. Absoluut een aanrader, ook al ben ik, zoals misschien bekend is, geen fan van de Amerikaanse cultuur, New York valt bij deze buiten dit vooroordeel.
Eergisteren ben ik naar Philadelphia vertrokken. In 28 uur heb ik daar ook veel gezien, vooral de oude stad doet erg europees aan, en de rondleiding door ‘the most historic room in the most historic building of the most historic square mile in the United States of America” was erg leuk. Geschiedenisles op reis, zouden ze op school ook moeten overwegen.
Nu dus een paar rustige dagen, eerst hier in Baltimore bij Frank, daarna in Vienna (vlak bij Washington) bij Margreet Thanksgiving meevieren. Het reisschema daarna is nog niet bekend. Jullie horen het wel!
Groeten van Gerben. | | Saturday, October 15th, 2005 | | 12:14 am |
Schrijven
Zoals zichtbaar, is dit de eerste entry van dit kalenderjaar. Ik ben voor mijn Nederlandstalige verhalen overgestapt naar een Nederlandstalige site. Vanaf dit jaar al te vinden dus via: http://gerbie7.web-log.nlOverzichtelijk, alle verhalen netjes per categorie terug te vinden. Alleen niet al te veel bezoekers en bijna nooit reacties. Maar ja, je kunt niet alles hebben. | | Friday, December 31st, 2004 | | 1:23 pm |
Column Kerstnummer Goal
Nieuwe schoenen En daar zit ik op het plastic krukje in het een na laatste gangpad van Scapino. Wanhoop is een groot woord, maar mijn gevoel komt dicht bij. 3 gangen verderop doet een moeder pogingen om haar nageslacht nieuwe schoenen te laten passen. Bij de ingang staan 2 dames te kletsen. En ik? Ik weet niet welke voetbalschoenen ik moet kopen. Het was altijd zo simpel. Als kind kocht je schoenen samen met je moeder. Er waren 3 merken. Puma met 1 streep, Quick met 2, Adidas met 3. Die laatste waren altijd te smal, de keus was dus altijd tussen de moderne Puma’s en de degelijke Quicks. De prijs speelde ook nog wel eens mee. Duur mochten ze namelijk niet zijn. 1 keer kreeg ik dure schoenen, in B1, ik weet niet meer waarom, voor het eerst gaven we meer dan 100 gulden uit voor een nieuw paar schoenen. 3 weken later stond ik weer bij Hemmink, de zijkant was opengescheurd. Natuurlijk kreeg ik nieuwe schoenen mee, Quick, type Topstar als ik het me goed herinner. Ook dat paar hield het niet lang uit, de volgende schoenen waren weer onder de 100 gulden. Toen ik zelf schoenen mocht kopen, bleef het motto gelijk. Geen plastic, maar wel goedkoop. Voetbalschoenen zijn gebruiksvoorwerpen, de voetballer in de schoenen bepaalt wat er op het veld gebeurt, dure schoenen maken je niet beter. 50, 60 gulden en je had een paar dat een seizoen meeging. De keus werd wel wat moeilijker. Diadora, Umbro, Cruijff, merkentrouw was mij vreemd, al had dat er wel mee te maken dat ‘gewone’ Quicks niet meer te krijgen waren. Na een paar jaar eerste elftal kregen we voor het eerst schoenen. We mochten allemaal een paar passen, Nike’s. Ik koos voor vaste noppen, afschroefbaar had ik 1 keer geprobeerd, daarna nooit meer. Tijdens het seizoen bleek mijn maat alleen met losse noppen te leveren. Ik speelde door op mijn eigen ouwe schoenen. Ik ben ouderwets: zwarte schoenen, met eventueel een streep en een logo er op en vaste noppen is wat ik wil. Ik kan me de eerste gekleurde schoentjes herinneren, jaren geleden. Vooral dartele spitsen van clubs uit de stad waren er gek op. Tegen Ferry of Sander zei ik wel eens dat die balletschoentjes zelfs mij agressief maakten. Niet dat ik die woorden ooit bewees, het was meer om de tegenstander te intimideren. En nu zit ik bij Scapino omdat ik nieuwe schoenen nodig heb. Al 2 weken merk ik tijdens de warming up dat ik natte voeten heb. Een vaste nop is verdwenen en heeft een gat midden onder in mijn zool achtergelaten. Ik voetbal er echter wel lekker op. 5 keer gescoord in die 2 weken. Om me heen zie ik de keus. Rood, wit, grijs en bruin. Gele, oranje, witte en rode logo’s. Het gewone paar schoenen dat ik zoek, staat nergens. Tegen mijn zin pas ik al die voetbalschoenen. Ze zitten niet echt goed, al kan het ook te maken hebben met de kleur. 42, 43, ik probeer, maar enthousiast ben ik niet. Ik kan toch na al die jaren zeuren over gekleurde schoenen niet zelf met een wit paar aankomen? Ik speel toch geen tennis? Uiteindelijk valt mijn keus op een paar Adidas schoenen. Die zitten voor het eerst in 20 jaar wel goed. De schoenen hebben veters aan de zijkant, dus niet midden, zoals het hoort, maar schuin op de wreef. Ook de noppen zijn voor het eerst in mijn leven niet rond, maar zien er uit als een soort geplastificeerde embryo’s. Maar ze zijn zwart en als ik de Euro’s omreken naar guldens hou ik nog een ouderwets dubbeltje over van de nog steeds in mijn hoofd spokende 100 gulden. Die zondag neem ik mijn oude schoenen voor de zekerheid mee. Ik laat het kaartje nog aan de schoenen zitten. “Dan kan ik ze ruilen, als ze niet bevallen”, grap ik. Mijn vorm van de laatste weken is verdwenen. We verliezen 0-8. | | Friday, September 17th, 2004 | | 1:13 am |
Brief
Lieve Toos, Toen ik de was net opborg zag ik het T-shirt van de Stichting liggen, dat ik al 13 jaar zo nu en dan draag. Het zit wat strakker en is wat valer, maar het herinnert me aan een prachtige tijd in mijn leven. In 1991 zat ik voor mijn televisie en zag het programma RUR. Jij vertelde daarin dat er zo veel dozen met kinderboeken onuitgepakt stonden, dat er te weinig geld was, te weinig ruimte was. Je liefde voor boeken straalde dwars door mijn oude televisie heen, ik herkende het. Ik schreef dat ik in de herfstvakantie graag een of meer dagen naar Winsum wilde komen om te helpen met uitpakken. Ik richtte de brief aan ‘Kinderboekenmuseum, Winsum’, volledig op de post vertrouwend. Ik had geen idee welke gevolgen die brief zou hebben. Een paar weken later kreeg ik een prachtige brief, waarin ik bedankt werd voor het aanbod, maar dat het vanwege de afstand Leeuwarden – Winsum en het ontbreken van een reiskostenvergoeding waarschijnlijk niet loonde om te komen helpen. 2 weken later draaide ik voor het eerst mee bij de Stichting Kinderboek Cultuurbezit. De doosjes stonden nog steeds in de dependance, in het museum boven de VVV, het oude gemeentehuis, werd ik al snel voor de leeuwen gegooid. Je pochte al op me tegenover gasten, terwijl ik de weg niet eens wist binnen de kleine oppervlakte waar de tienduizenden boeken stonden. Volgens mij hadden we een klein verschil van perceptie. Ik vond me ‘maar’ een studentje die een leuke hobby had gevonden tijdens een rustig laatste studiejaar, jij zag in mij, de benjamin van de vrijwilligers, iemand waar de wereld voor open lag. Je complimenten, in woord en gebaar, gaven me zelfvertrouwen, maar bovenal zorgde je ervoor dat het gezellig was in Winsum. Je bedacht allerlei leuke klusjes voor me, mijn wisselende lesrooster zorgde ervoor dat ik al snel geen vaste dag kon meedraaien. In het voorjaar kreeg ik de grootste klus. Eindelijk mocht ik de doosjes uitpakken die nog stonden te wachten op de zolder van het gemeentehuis, daar waar het verhaal mee begon. Meer dan 200 heb ik er uiteindelijk uitgepakt. Ondertussen leerde ik een nieuwe wereld kennen. Soep eten bij de burgemeester van Boskoop, de problemen rondom de huisvesting, het verloop van vrijwilligers en het werken bij een stichting zonder inkomsten. Jij probeerde vergeefs of ik mijn vervangende dienstplicht bij ook tussen de kinderboeken mocht doorbrengen. Nog geen jaar na mijn entree, verdween ik ook weer. Mijn studie bracht me naar het buitenland, mijn tijd als vrijwilliger was voorbij. Ik kwam natuurlijk nog wel eens terug. Om ‘dat gekke mens met de rode haren’ op te zoeken, zoals je jezelf noemde. Maar gek was in dit geval echt een geuzenterm. Je durfde je nek uit te steken, je pompte al je energie in de stichting. Ik was trots dat ik je een boekje kon uitlenen dat je kon gebruiken voor je levenswerk, dat een paar jaar later uitkwam. Nog jaren heb ik het jaartje vrijwilligerswerk op mijn C.V. gebruikt. Ik werd een zwerver, werkte op vele plekken, maar hield jou en je boeken in mijn achterhoofd. In diverse buitenlandse boekhandels kocht ik een leuk kinderboekje. Niet te duur, niet te zwaar, maar leuk voor op de planken van de zolder. In Auckland stond ik voor de Universiteit waar we ooit samen 15 dozen vol boeken naar toe stuurden. Ik had de neiging om naar binnen te lopen en te vragen of ze er nog waren. De eerste keer dat ik als gast kwam, werd ik meteen te werk gesteld. Ik vond het niet eens raar. Ik werd uitgenodigd voor je afscheid van de Stichting en was trots dat je me na zoveel jaren nog niet vergeten was. Je stuurde me weer een lieve brief en bood je huis aan als bed and breakfast. Het is er nooit van gekomen. Deze zomer was ik weer eens met mijn rugzak onderweg toen je het aardse voor het eeuwige verwisselde. Pas een maand later las ik de kaart. Ik kon niets anders meer doen dan je deze woorden sturen. Ik weet dat je ze nooit zal lezen. Lieve Toos, bedankt voor alles en rust zacht. Gerben | | Friday, August 13th, 2004 | | 7:18 pm |
Reis
Mocht er iemand geinteresseerd zijn, ik ben nu 2 weken weg en het is me tot nog toe elke dag gelukt een computer te vinden en te verhalen over mijn reis door Uruguay en Argentinie. Weliswaar in het engels, maar vooruit: gerbie | | Saturday, July 3rd, 2004 | | 12:50 am |
Poezie (4)
Battle duiven en meeuwen vechten om de stukjes brood die de oude man in het park op de grond gooit the law of the jungle geldt dus ook in het stadspark |
[ << Previous 20 ]
|