Home
Gerben's brouwsels
 
[Most Recent Entries] [Calendar View] [Friends]

Below are the 20 most recent journal entries recorded in gerbie7's LiveJournal:

    [ << Previous 20 ]
    Saturday, November 28th, 2009
    5:41 pm
    Gerbie on tour, nieuwsbrief 2
    Tampa Bay, 5 december 1999

    Hallo iedereen,

    ik zit nu in de bibliotheek van Tampa, alwaar ik vanochtend al wachtend toch de bus wist te missen! Dus nu heb ik 4 uur de tijd, gelukkig ging de bieb open en kan ik nieuwsbrief nummer 2 sturen. De tweede week van mijn reis ben ik in Vienna, Virginia bij Margreet en Rich en in Columbia, Maryland bij Frank (Max) geweest. Zij hebben me van alles laten zien (Georgetown, Alexandria, Baltimore) en onderdak gegeven, plus me kennis laten maken met het Amerikaanse nachtleven. Zelf heb ik tussendoor nog een keer door Washington, DC gelopen, alwaar ik de erg indrukwekkende Vietnam memorial voor de tweede keer bezocht en een paar goede gesprekken heb gevoerd met een actievoerster bij het Witte Huis en een dakloze in een park vlak daarbij in de buurt.

    Tenslotte had ik de mazzel dat ik gebruik mocht maken van de computers van de gastvrije vrienden, ik heb dus zelfs e-mail kunnen beantwoorden en mijn homepage (http://welcome.to/gerbie) kunnen updaten. Deze week was het tijd om als een idioot rond te reizen. Ik heb namelijk een 7daagse pas van de Greyhound gekocht en deze tot nog toe behoorlijk weten te gebruiken. Eerste stop was Richmond, VA maar daar had ik al snel door dat ik niet te lang wilde blijven, waarna ik dus de nachtbus naar Nashville, TE genomen heb.

    Daar heb ik dus een dagje rondgelopen en veel gezien, maar vooral veel countrymuziek geluisterd. Vrijwillig en onvrijwillig. En dan was 16 uur ruim genoeg, waarna ik dus de volgende nachtbus heb genomen naar Charlotte, NC. De meest nutteloze ervaring tot nu toe mag ik wel zeggen. 1 mall in het centrum, waar je nog eerst een kwartier moet zoeken hoe je binnenkomt als je niet met de auto bent, en een paar kerkjes op de rand eromheen. Verspilde energie dus.

    Dit in tegenstelling tot Charlestown, SC waar ik aan een hele middag maar net genoeg had om alles te zien, en dan ben ik nog alleen in het 'oude' gedeelte geweest. Heel leuke sfeervolle stad, wat natuurlijk nog eens versterkt werd door het feit dat het T-shirt weer was, en dat in December. Vannacht ben ik richting Florida gereden, waar ik eerst naar Orlando wilde, maar op het station daar had ik al snel door dat er behalve grote toeristenvallen niks is, dus ben ik verder getrokken naar Tampa, waar ik dus nu zit.

    Vanmiddag ga ik dan naar Clearwater, waar ik Frank binnenkort nog een keer tegen hoop te komen, nu hij hier voor Business zit. Donderdag komt er dan een einde aan mijn eerste gedeelte USA, want dan vlieg ik naar Santo Domingo. Zo staan de zaken er op dit moment dus voor, iedereen kan nu zijn bosatlas opzoeken en ik meld me over een tijdje wel weer. Blijf aub mailen, ik kan helaas niet altijd antwoorden, maar ik lees alles en waardeer het ten zeerste!

    Groeten, Gerben
    Wednesday, November 25th, 2009
    9:52 pm
    Gerbie on Tour, nieuwsbrief 1

    Baltimore, 24 November 1999


    Hallo iedereen,

    Welkom bij Gerbie on tour, deel 1. Ik ben nu ruim een week onderweg en zit nu in Baltimore, waar ik een rustdag heb ingelast. In die eerste week heb ik behoorlijk wat bekeken, ik zal vooraan beginnen.

    Ijsland. Meteen het moeilijkste gedeelte tot nog toe. ‘Normaal’ vraagt iedereen altijd wanneer je ergens geweest bent: “Wat vond je ervan?” In dit geval weet ik het antwoord niet. Misschien is 72 uur te kort om een land te bekijken, misschien ben ik niet genoeg natuurliefhebber om het land op zijn juiste waarde in te schatten. Ondanks dat het er erg koud was en heel erg duur, heb ik toch de moeite genomen het een en ander te bekijken. Reykjavik is gewoon een provincieplaats als anderen. Leeuwarden, Groningen, Arnhem of Enschede. Een klein centrum, niet al te veel te zien, als toerist ben je er in een halve dag uitgekeken. Natuurlijk heb ik de geisers bezocht, want het land verlaten zonder dat te doen is niet erg slim. Een mooi gezicht zeker ook omdat de rest van het landschap wit van de sneeuw was. Tenslotte ben ik nog in Akranes geweest, een klein vissersdorp, waar zo weinig te zien was dat het gewoon leuk was.

    Na kleinschalig Ijsland volgde New York. Grotere overstap nauwelijks denkbaar. Alle cliché’s zijn gewoon waarheid (daarom zijn ze waarschijnlijk ook cliché geworden, en datis op zich weer een cliché…) Op 5th avenue lopen is een aparte gewaarwording. Ook al heb ik veel in de subway gezeten, gewoon over straat lopen was zeker ook de moeite waard. Alle attracties van deze gigantische stad zijn in Manhattan, dat maakt het wel eenvoudig. En in 3 dagen heb ik ze allemaal gezien: van de Brooklyn bridge tot het Yankee stadium, Central park en de empire state building, ellis island en het vrijheidsbeeld, Wall street en Harlem. Absoluut een aanrader, ook al ben ik, zoals misschien bekend is, geen fan van de Amerikaanse cultuur, New York valt bij deze buiten dit vooroordeel.

    Eergisteren ben ik naar Philadelphia vertrokken. In 28 uur heb ik daar ook veel gezien, vooral de oude stad doet erg europees aan, en de rondleiding door ‘the most historic room in the most historic building of the most historic square mile in the United States of America” was erg leuk. Geschiedenisles op reis, zouden ze op school ook moeten overwegen.

    Nu dus een paar rustige dagen, eerst hier in Baltimore bij Frank, daarna in Vienna (vlak bij Washington) bij Margreet Thanksgiving meevieren. Het reisschema daarna is nog niet bekend. Jullie horen het wel!

    Groeten van Gerben.

    Saturday, October 15th, 2005
    12:14 am
    Schrijven
    Zoals zichtbaar, is dit de eerste entry van dit kalenderjaar. Ik ben voor mijn Nederlandstalige verhalen overgestapt naar een Nederlandstalige site. Vanaf dit jaar al te vinden dus via:

    http://gerbie7.web-log.nl

    Overzichtelijk, alle verhalen netjes per categorie terug te vinden. Alleen niet al te veel bezoekers en bijna nooit reacties. Maar ja, je kunt niet alles hebben.
    Friday, December 31st, 2004
    1:23 pm
    Column Kerstnummer Goal
    Nieuwe schoenen

    En daar zit ik op het plastic krukje in het een na laatste gangpad van Scapino. Wanhoop is een groot woord, maar mijn gevoel komt dicht bij. 3 gangen verderop doet een moeder pogingen om haar nageslacht nieuwe schoenen te laten passen. Bij de ingang staan 2 dames te kletsen. En ik? Ik weet niet welke voetbalschoenen ik moet kopen.

    Het was altijd zo simpel. Als kind kocht je schoenen samen met je moeder. Er waren 3 merken. Puma met 1 streep, Quick met 2, Adidas met 3. Die laatste waren altijd te smal, de keus was dus altijd tussen de moderne Puma’s en de degelijke Quicks. De prijs speelde ook nog wel eens mee. Duur mochten ze namelijk niet zijn. 1 keer kreeg ik dure schoenen, in B1, ik weet niet meer waarom, voor het eerst gaven we meer dan 100 gulden uit voor een nieuw paar schoenen. 3 weken later stond ik weer bij Hemmink, de zijkant was opengescheurd. Natuurlijk kreeg ik nieuwe schoenen mee, Quick, type Topstar als ik het me goed herinner. Ook dat paar hield het niet lang uit, de volgende schoenen waren weer onder de 100 gulden.

    Toen ik zelf schoenen mocht kopen, bleef het motto gelijk. Geen plastic, maar wel goedkoop. Voetbalschoenen zijn gebruiksvoorwerpen, de voetballer in de schoenen bepaalt wat er op het veld gebeurt, dure schoenen maken je niet beter. 50, 60 gulden en je had een paar dat een seizoen meeging. De keus werd wel wat moeilijker. Diadora, Umbro, Cruijff, merkentrouw was mij vreemd, al had dat er wel mee te maken dat ‘gewone’ Quicks niet meer te krijgen waren. Na een paar jaar eerste elftal kregen we voor het eerst schoenen. We mochten allemaal een paar passen, Nike’s. Ik koos voor vaste noppen, afschroefbaar had ik 1 keer geprobeerd, daarna nooit meer. Tijdens het seizoen bleek mijn maat alleen met losse noppen te leveren. Ik speelde door op mijn eigen ouwe schoenen.

    Ik ben ouderwets: zwarte schoenen, met eventueel een streep en een logo er op en vaste noppen is wat ik wil. Ik kan me de eerste gekleurde schoentjes herinneren, jaren geleden. Vooral dartele spitsen van clubs uit de stad waren er gek op. Tegen Ferry of Sander zei ik wel eens dat die balletschoentjes zelfs mij agressief maakten. Niet dat ik die woorden ooit bewees, het was meer om de tegenstander te intimideren.

    En nu zit ik bij Scapino omdat ik nieuwe schoenen nodig heb. Al 2 weken merk ik tijdens de warming up dat ik natte voeten heb. Een vaste nop is verdwenen en heeft een gat midden onder in mijn zool achtergelaten. Ik voetbal er echter wel lekker op. 5 keer gescoord in die 2 weken. Om me heen zie ik de keus. Rood, wit, grijs en bruin. Gele, oranje, witte en rode logo’s. Het gewone paar schoenen dat ik zoek, staat nergens. Tegen mijn zin pas ik al die voetbalschoenen. Ze zitten niet echt goed, al kan het ook te maken hebben met de kleur. 42, 43, ik probeer, maar enthousiast ben ik niet. Ik kan toch na al die jaren zeuren over gekleurde schoenen niet zelf met een wit paar aankomen? Ik speel toch geen tennis?

    Uiteindelijk valt mijn keus op een paar Adidas schoenen. Die zitten voor het eerst in 20 jaar wel goed. De schoenen hebben veters aan de zijkant, dus niet midden, zoals het hoort, maar schuin op de wreef. Ook de noppen zijn voor het eerst in mijn leven niet rond, maar zien er uit als een soort geplastificeerde embryo’s. Maar ze zijn zwart en als ik de Euro’s omreken naar guldens hou ik nog een ouderwets dubbeltje over van de nog steeds in mijn hoofd spokende 100 gulden.

    Die zondag neem ik mijn oude schoenen voor de zekerheid mee. Ik laat het kaartje nog aan de schoenen zitten. “Dan kan ik ze ruilen, als ze niet bevallen”, grap ik. Mijn vorm van de laatste weken is verdwenen. We verliezen 0-8.
    Friday, September 17th, 2004
    1:13 am
    Brief
    Lieve Toos,

    Toen ik de was net opborg zag ik het T-shirt van de Stichting liggen, dat ik al 13 jaar zo nu en dan draag. Het zit wat strakker en is wat valer, maar het herinnert me aan een prachtige tijd in mijn leven. In 1991 zat ik voor mijn televisie en zag het programma RUR. Jij vertelde daarin dat er zo veel dozen met kinderboeken onuitgepakt stonden, dat er te weinig geld was, te weinig ruimte was. Je liefde voor boeken straalde dwars door mijn oude televisie heen, ik herkende het. Ik schreef dat ik in de herfstvakantie graag een of meer dagen naar Winsum wilde komen om te helpen met uitpakken. Ik richtte de brief aan ‘Kinderboekenmuseum, Winsum’, volledig op de post vertrouwend. Ik had geen idee welke gevolgen die brief zou hebben.

    Een paar weken later kreeg ik een prachtige brief, waarin ik bedankt werd voor het aanbod, maar dat het vanwege de afstand Leeuwarden – Winsum en het ontbreken van een reiskostenvergoeding waarschijnlijk niet loonde om te komen helpen. 2 weken later draaide ik voor het eerst mee bij de Stichting Kinderboek Cultuurbezit. De doosjes stonden nog steeds in de dependance, in het museum boven de VVV, het oude gemeentehuis, werd ik al snel voor de leeuwen gegooid. Je pochte al op me tegenover gasten, terwijl ik de weg niet eens wist binnen de kleine oppervlakte waar de tienduizenden boeken stonden.

    Volgens mij hadden we een klein verschil van perceptie. Ik vond me ‘maar’ een studentje die een leuke hobby had gevonden tijdens een rustig laatste studiejaar, jij zag in mij, de benjamin van de vrijwilligers, iemand waar de wereld voor open lag. Je complimenten, in woord en gebaar, gaven me zelfvertrouwen, maar bovenal zorgde je ervoor dat het gezellig was in Winsum. Je bedacht allerlei leuke klusjes voor me, mijn wisselende lesrooster zorgde ervoor dat ik al snel geen vaste dag kon meedraaien. In het voorjaar kreeg ik de grootste klus. Eindelijk mocht ik de doosjes uitpakken die nog stonden te wachten op de zolder van het gemeentehuis, daar waar het verhaal mee begon. Meer dan 200 heb ik er uiteindelijk uitgepakt.

    Ondertussen leerde ik een nieuwe wereld kennen. Soep eten bij de burgemeester van Boskoop, de problemen rondom de huisvesting, het verloop van vrijwilligers en het werken bij een stichting zonder inkomsten. Jij probeerde vergeefs of ik mijn vervangende dienstplicht bij ook tussen de kinderboeken mocht doorbrengen. Nog geen jaar na mijn entree, verdween ik ook weer. Mijn studie bracht me naar het buitenland, mijn tijd als vrijwilliger was voorbij.

    Ik kwam natuurlijk nog wel eens terug. Om ‘dat gekke mens met de rode haren’ op te zoeken, zoals je jezelf noemde. Maar gek was in dit geval echt een geuzenterm. Je durfde je nek uit te steken, je pompte al je energie in de stichting. Ik was trots dat ik je een boekje kon uitlenen dat je kon gebruiken voor je levenswerk, dat een paar jaar later uitkwam. Nog jaren heb ik het jaartje vrijwilligerswerk op mijn C.V. gebruikt.

    Ik werd een zwerver, werkte op vele plekken, maar hield jou en je boeken in mijn achterhoofd. In diverse buitenlandse boekhandels kocht ik een leuk kinderboekje. Niet te duur, niet te zwaar, maar leuk voor op de planken van de zolder. In Auckland stond ik voor de Universiteit waar we ooit samen 15 dozen vol boeken naar toe stuurden. Ik had de neiging om naar binnen te lopen en te vragen of ze er nog waren. De eerste keer dat ik als gast kwam, werd ik meteen te werk gesteld. Ik vond het niet eens raar. Ik werd uitgenodigd voor je afscheid van de Stichting en was trots dat je me na zoveel jaren nog niet vergeten was.

    Je stuurde me weer een lieve brief en bood je huis aan als bed and breakfast. Het is er nooit van gekomen. Deze zomer was ik weer eens met mijn rugzak onderweg toen je het aardse voor het eeuwige verwisselde. Pas een maand later las ik de kaart. Ik kon niets anders meer doen dan je deze woorden sturen. Ik weet dat je ze nooit zal lezen. Lieve Toos, bedankt voor alles en rust zacht.

    Gerben
    Friday, August 13th, 2004
    7:18 pm
    Reis
    Mocht er iemand geinteresseerd zijn, ik ben nu 2 weken weg en het is me tot nog toe elke dag gelukt een computer te vinden en te verhalen over mijn reis door Uruguay en Argentinie. Weliswaar in het engels, maar vooruit: [info]gerbie
    Saturday, July 3rd, 2004
    12:50 am
    Poezie (4)
    Battle

    duiven en meeuwen
    vechten
    om de stukjes brood
    die de oude man
    in het park
    op de grond gooit

    the law of the jungle
    geldt dus ook
    in het stadspark
    Thursday, June 24th, 2004
    8:29 pm
    Voorpublicatie
    Criterium

    De nacht van Hengelo is veel meer dan een wielerronde. De kermis op de markt draait voluit als ik van het station kom lopen, op weg naar de start en finish van het parcours. Het herinnert me aan jaren geleden toen we regelmatig naar criteriums gingen, zelfs in plaatsen waar we (bijna) nooit kwamen. Het geluid van de speaker was altijd nuttig op zoek naar het. Voor de tieners van Hengelo is deze avond een ideaal excuus om lang in de stad te hangen. Voor hen is er op de kermis genoeg te doen, staat er nog een markt in het centrum en zijn er diverse podia opgesteld, waar de eerste bandjes aan het soundchecken zijn.

    De ronde voor 50+-ers doet me denken aan de zondagochtend. Als vaste invaller van het vierde van G.F.C. speel ik met mannen die nog zo veel plezier aan het spelletje beleven, dat ze er elke zondagochtend vroeg voor opstaan. Gewoon lopen kost ze al moeite, de maandagochtend blijkt opstaan nog zwaarder dan vorige week. Ook de veteranen die hun rondjes door het centrum van Hengelo kunnen geen afscheid nemen van hun sport. De shirtjes zitten te strak, de benen zijn niet meer geschoren. Achter in het peloton zijn meerdere renners die al blij zijn dat ze überhaupt meedoen. Elke ronde fladderen er weer een paar van het toch al niet te grote peloton. De winnaar, Smit uit Haarlem, demarreert na een ronde of 10 en loopt in zijn eentje elke ronde uit op de groep. Hij wint met gemak, achter hem sprint de rest voor wat premies om zo de benzine terug te verdienen.

    De speaker interviewt de sterren en de regionale helden voor het begin van de profronde. De start laat even op zich wachten, als Jo Planckaert meldt dat Roger Hammond onderweg is. Vanuit de start is het meteen een mooie koers, een kopgroep neemt al snel ruim 20 seconden voorsprong. Een ander groepje probeert te volgen. Ik geef mijn plekje vlak bij de finish op, om een rondje te gaan lopen. Als altijd loop ik tegen de richting van de renners in. Onderweg is het rustig, een bui zorgt er voor dat ik ook flink nat wordt, voordeel is wel dat het dermate rustig is aan het parcours, dat je de renners goed kunt zien elke keer. Ik probeer een eigen raadsel op te lossen: ik loop tegen de koers in, dus ik zie de renners elke keer binnen een ronde. Zou ik met de koers meelopen, dan duurt het net iets meer dan een ronde voor ik ze elke keer zie. Dus ik zie ze vaker door tegen de koers in te lopen. Maar als ik terug ben bij de finish, een minuut of 25 later, zou het niet uit moeten maken of ik links- of rechtsom was gelopen, ik loop tenslotte dezelfde afstand en in die tijd leggen de renners een gelijke afstand af. Ik weet dus niet of ik ze nu vaker zie of niet. Ik kom er niet uit.

    De kopgroepen komen samen en er ontstaan weer nieuwe groepen. De speaker schreeuwt door de microfoon om meer enthousiasme, het is tenslotte een geweldige koers. Ik moet denken aan verhalen die ik van kenners heb gehoord, waarin blijkt dat de uitslag vooraf al bekend is. Ik zie Thomas Dekker midden in het peloton een gesprek voeren met Aart Vierhouten en concludeer daaruit dat het niet echt hard kan gaan, ook al lijkt het wel zo. Kopgroepen die de ene ronde nog een straatlengte voorliggen, zijn een ronde later weer ingelopen. Het kan niet anders, of ook hier is alles al bepaald. “We schotelen het publiek een leuk spektakel voor, maar bepalen zelf wie er wint”, lijkt de gedachte. De speaker vertelt ondertussen voor de vierde keer dat Jo Planckaert vanmiddag in Hengelo Gelderland stond op zoek naar het parcours. Ontzettend grappig, dat dat nou net een Belg moet overkomen. Zelfs een Belgenmop krijgt het publiek niet echt op gang.

    McEwen heeft al twee keer gewonnen hier, rijdt ook veel op kop van het peloton. De regionale renners laten zich natuurlijk zien. Tankink voor het eerst na een blessure, Reinerink die altijd wil aanvallen, Kemna die bij de tussensprints zijn snelheid test en ook Löwik is erg actief. Rabobank heeft Traksel aangewezen om de premies en miniklassementen te pakken en Bobbie kwijt zich goed van die taak. Het is weer droog, maar het wordt ook donker. Op de kermis wordt het steeds drukker en doet de presentator van de autoshow een poging de wielerspeaker te overstemmen. Kemna en Reinerink strijden voor de leidersprijs en zitten vlak voor het eind van de koers ook in de kopgroep van een klein dozijn renners. Ook de andere regionale helden zitten er bij, net als Hammond, McEwen en Vierhouten. Alle grote namen en alle publieksfavorieten samen op zo’n 10 ronden voor het eind. Alsof het besteld is. “Het publiek wil gewoon besodemieterd worden”, schiet er door mijn kop. En de gedachte blijft daar zitten, zonder dat ik me daaraan stoor. Als ik een voetbalwedstrijd zie en een kwartier voor het eind tekent zich een gelijkspel af, zet ik de televisie uit, maar hier blijf ik nat staan kijken naar een koers waarvan de winnaar al bekend is. Ik gok op Reinerink of Löwik. Rik probeert het alleen, heeft ook een behoorlijk gat, maar is een ronde later toch weer ingelopen. Uiteindelijk wordt het een groepje van drie renners die voor de winst gaan strijden en inderdaad wint Löwik die sprint.

    In de trein naar huis concludeer ik dat ik het inderdaad niet erg vind om opgelicht te worden. Ik heb een leuke avond gehad, ondanks de omstandigheden, ondanks de matige sfeer, de weinige toeschouwers. Ik denk dat ik een wielergek ben.
    Sunday, June 13th, 2004
    12:00 am
    Voetbal (5)
    Gerbie on tour (4)

    In de Verenigde Staten speelt voetbal geen enkele rol van betekenis. Dat was altijd zo, is nu zo en zal altijd zo blijven. In totaal verbleef ik bijna 6 weken in het land en hoe ik ook zocht, voetbal leeft er niet.

    Natuurlijk kwam ik medereizigers tegen, meestal zuid-amerikanen die graag een discussie aangingen over voetbal. Was Cruijff beter dan Maradona? Een enkele Amerikaan wist dat Nederland soccer-mad was, maar daar bleef het dan ook wel bij. Slechts 1 keer zag ik een partij. Op een veld achter een schoolgebouw speelden 2 teams een onderlinge partij. In de buurt van het veld komen was niet mogelijk.

    Ach ja, de kranten hadden het bericht dat Pele tot voetballer van de eeuw was gekozen. De hart-drug problemen van Maradona kwamen er in voor. En dat de wereldkampioenen damesvoetbal in staking gingen, strijdend voor gelijke rechten voor vrouwen stond zelfs in het eerste katern van de sport. Maar meestal stond voetbal pas op bladzijde 14c of 15d, bladvulling.

    In New Orleans dacht ik mazzel te hebben. In het hostel werd een soccer-game aangekondigd. Een Ier vertelde me dat iedereen mee kon doen, met meerdere Europeanen aanwezig zou dat een leuke pot kunnen worden. Zou, want op het moment dat de eigenaar van de bal verscheen, was er bijna niemand aanwezig. Gecanceld dus.

    Mijn voetbalervaringen bleven dus bij 10 penalties in de Mississippi Sports Hall of Fame. Nadat ik een uurtje had rondgelopen en een enkele regionale sportheld vaag meende te kennen, werd ik uitgenodigd voor het interactieve gedeelte. Een scherm tegen de achterwand en vier sporten waaruit je kon kiezen. Ik koos voor Baseball, voetbal vond ik te voor de hand liggend. De bedoeling was om 3 virtuele tegenstanders uit te gooien. Gooide je de bal te eenvoudig tegen het scherm, dan werd het, net als bij het echte honkbal afgestraft. Het viel niet mee, de batters waren inderdaad genadeloos, maar met slechts 1 run tegen lukte het me eindelijk de derde uit te werpen. Mijn worpen werden steeds beter, ik haalde een snelheid van 50 mph bij mijn laatste uit.

    Eigenlijk was mijn bezoek daarmee beeindigd, maar als enige bezoeker was ik waarschijnlijk net zoveel attractie voor de vrijwilliger die er werkte, als de Hall was voor mij. Hij wilde me penalties zien nemen, ik was tenslotte een voetballer. Van de drie ballen die er lagen waren er 2 lek, de derde was een pupillenbal, maar tenminste hard genoeg. Ik stond een meter of 7 van de te kleine goal en een keeper stond op te lijn te springen. Ook al was de aanloop kort, erg moeilijk kon dit niet zijn. Op het bord van de hig-scores stonden 2 namen met 8 treffers.

    Mijn eerste was hard, maar de keeper reageerde snel. Okay, kan gebeuren. 9 treffers was nog steeds mogelijk, gewoon beter concentreren. De tweede plaatste ik in de hoek, waar de keeper ook weer de bal stopte. De derde ging er eindelijk in. “Our keeper would make most teams”, zei de man in het ijshockeyscheidsrechterstenue ten overvloede. Ik wilde graag eens met zo´n keeper spelen, helaas was het slechts een vlek op een scherm, maar hij stopte wel de volgende 3 penalties. Pas bij mijn 5e misser realiseerde ik me waar de fout zat bij dit spel: de keeper reageert, maar kan nooit op het verkeerde been gezet worden. Zelfs de twee hard en hoog ingeschoten schoten eindigden op zijn vuisten. Met een beschamende score van 2 treffers droop ik af. “You can see why I never made it as a professional” vertelde ik ter afscheid, waarna de man nog maar eens herhaalde dat die virtuele keeper wel erg goed is.

    Dat het echt nooit wat wordt in Amerika bleek de dag voor mijn vertrek naar Mexico. In de krant van dinsdag verscheen een erg klein artikel over een vriendschappelijke wedstrijd van het nationale team. De wedstrijd was op zondag gespeeld, maar in de maandagkrant was geen centimeter ruimte gevonden.
    Friday, June 4th, 2004
    12:39 am
    Reis (11)
    De blinde oude man

    In de Dominicaanse republiek vinden in het jaar 2000 verkiezingen plaats. De geruchten gaan dat JB, zoals hij hier in de krant wordt genoemd, weer kandidaat is. Deze man fascineert mij meer dan welke andere politicus in deze wereld.

    Joaquin Balaguer werd geboren in 1906. De eerste stappen in de politiek zette hij eind jaren 30. Al onder dictator Trujillo werd hij de president van zijn land. Hij was ook de eerste democratische gekozen van dit land in de jaren 60. Hij was de enige die politiek overleefde, na de revolutie. En kwam aan de macht. De eerstvolgende verkiezingen verloor hij. In de jaren 70 kwam hij terug. En regeerde weer meerdere periodes. Maar zelfs daarna was hij nog niet afgeschreven. Eind jaren 80 liet hij zijn gezicht weer zien en werd in 90 weer gekozen tot president. Aan zijn zege in 94 hing een luchtje. Meerdere duizenden doden hadden op hem gestemd en dat was net genoeg voor de zege, met minder dan 1 procent meer dan zijn concurrent. Ter compensatie bood hij aan om zijn ambtstermijn met de helft in te korten. In 96 trad hij af, volgend jaar keert hij misschien weer terug.

    Nou en is dan een logische reactie. Maar we hebben het hier over een 93 jarige man, die ondertussen geheel blind is, gedeeltelijk doof en afhankelijk van verpleegkundige hulp is geworden. Dit is niet iemand die je verwacht aan het hoofd van een regering. Maar zijn landgenoten weten beter. Dit is de meest briljante politicus die de wereld ooit kende. Niet een land ter wereld kent een democratische gekozen staatshoofd die 9 officiële termijnen die functie mocht vervullen. Een politicus die voor de tweede wereldoorlog al belangrijk was en dat nu nog steeds is. Insiders beweren dat hij zelfs in de jaren dat hij niet aan de macht was, toch regeerde. De enige manier om aan de macht te komen of te blijven in dit land is Balaguer heten, of met Balaguer praten.

    El doctor schreef meerdere boeken, die nog steeds de best verkochte boeken van het land zijn, dat wil zeggen dat er meer mensen boeken van hem kopen dan welke andere schrijver dan ook, welke bestseller je maar kunt bedenken. Ik heb er eentje in mijn kast staan. Zijn meesterwerk, naar het schijnt, ik ben er nooit aan begonnen. Misschien dat ik eenmaal gepensioneerd de moeite neem om het gigantische boek door te worstelen. Nu is het me te dik. De beste politicus van Latijns Amerika is een titel die hij meer dan eens kreeg. Volgens een oud-collega is hij de eerste en enige politicus die dit land ooit gekend heeft. Eigenlijk is de goede man al een jaar of 40 aan de macht.

    Zo op het eerste gezicht zie je, als je hem ziet, alleen een oude man. Schijn bedriegt Toen ik hier werkte in 92/93, zag ik een foto in de krant waarop hij met zijn handen recht vooruit gestrekt zoekt naar het portier van de auto. Het onderschrift vermeldt dat de president na een griepje weer 'normaal' aan het werk ging vandaag. De aanhalingstekens zijn van mij. Want hoe normaal is het als iemand zijn eigen auto niet eens ziet, dat hij nog wel een land kan besturen? Toen op een dag drie nieuwe ambassadeurs hun papieren kwamen aanbieden, stonden er drie foto's van in de krant. De president hing telkens in zijn stoel, alleen de ambassadeur was elke keer een ander. Als er een wassen beeld had gezeten had ik het ook geloofd.

    Sindsdien doe ik moeite om op de hoogte te blijven. Natuurlijk waren de verkiezingen in 94 niet eerlijk. Iedereen weet dat, maar zelfs de oppositie heeft te veel respect voor hem en was blij met het compromis van 2 in plaats van vier jaar extra. Toen in 96 de eerste ronde van de verkiezingen werd gewonnen door dezelfde oppositie en de kandidaat van zijn partij uitgeschakeld werd, zag ik het mooiste stukje politiek op televisie ooit. Zelfs het Britse lagerhuis verbleekte bij het toneelstuk dat toen werd opgevoerd. Voor de tweede ronde was zijn partij uitgeschakeld, maar zijn mening werd natuurlijk wel gevraagd. Na een aantal weken van geruchten, zagen we op een mooie zondag Dr. Balaguer samen met zijn traditionele concurrent Dr. Bosch het vertrouwen uitspreken in de kandidaat van laatstgenoemde Niet de gedoodverfde winnaar, de socialist (en behoorlijk zwarte) Pena moest winnen, maar Leonel, de keus van de twee oude heren. Triomfantelijk stonden de twee heren naast elkaar, met de door hun gekozen kandidaat, niet wetend hoe hij moest kijkend, in hun midden. De heren, samen ongeveer 170 jaar oud, met ruim 100 jaar ervaring in de politiek, kozen als slogan voor de jongeman: El nuevo camino (de nieuwe weg). Met open mond keek ik naar de vertoning.

    Maar het werkte, de schijnbaar onoverbrugbare achterstand van hun kandidaat werd ingehaald en Leonel is sinds 96 president van dit land. Al zijn er genoeg bewijzen dat de oude meester achter de schermen nog steeds meepraat. Want praten kan hij als de beste. Zodra hij het woord heeft wordt er geluisterd. Zonder enige hulp (een spiekbriefje kan hij toch niet lezen) praat hij een hele tijd, zonder dat hij zichzelf tegenspreekt, zonder dat het saai wordt. Alles wat hij zegt klopt. Hij is DE geboren politicus. Terwijl de hele wereld de speech van Castro voor de VN herinnert, zouden de speeches van Balaguer het verdienen om vastgelegd te worden, om vertaald te worden, om op cd verkocht te worden.

    En volgend jaar mag er weer gekozen worden. Zijn naam alleen is al genoeg voor een hoeveelheid stemmen, die geen enkele andere kandidaat van zijn partij ooit zal halen. Genoeg voor een zoveelste verrassingscomeback lijkt het niet. Maar er is nog bijna een half jaar te gaan. En dat hij tot ver na zijn dood een belangrijke politieke factor blijft in dit land, is in ieder geval wel duidelijk.

    In een interview werd hem eens gevraagd hoe hij toch op de hoogte bleef, nu hij zelf geen kranten meer kan lezen of televisie kijken. "Ik heb mensen die me de krant voorlezen", was het antwoord. "Maar hoe weet u dat deze mensen de waarheid zeggen?" was de logische vervolgvraag. "Ik heb vier verschillende lezers in dienst, soms laat ik twee verschillende personen hetzelfde stuk voorlezen, dan weet ik zeker dat de informatie correct is." Oud is hij dus zeker, blind ook, maar seniel nog lang niet.

    In mei 2000 verliest hij de verkiezingen al in de eerste ronde. Hij kwam een tiende procent te kort voor de tweede plaats, die een extra ronde zou hebben opgeleverd en een goede kans om nog een keer aan de macht te komen. Hij moest in een rolstoel naar de stembus gebracht worden. De winnaar van de eerste ronde kreeg net geen meerderheid. Maar Balaguer besliste dat er geen tweede ronde nodig zou zijn. De liberalen hadden zich daar maar bij neer te leggen. Met deze simpele politieke truc weet hij de nieuwe president ook weer aan zich te binden. Zijn invloed is nog steeds merkbaar.
    Wednesday, June 2nd, 2004
    12:48 am
    Wielrennen (4)
    Wielerhelden – Laurent Fignon

    In 1982 zag ik Beat Breu winnen op Alpe D´Huez. Een paar dagen voordien had hij ook al een etappe in de Pyreneeën gewonnen. Hij was dan ook mijn keus voor de eindwinst in 1983. De Tour van dat jaar lag helemaal open. Hinault had jaren gedomineerd, ook in het jaar dat Zoetemelk de Tour won, was de Breton de favoriet. Andere deelnemers in onze poule gokten toch nog op Joop, op de winnaar van het jongerenklassement van het jaar voordien, Anderson, of hoopten op de definitieve doorbraak van Winnen en Van der Velde. Slechts een keer verscheen op de tiende plaats van het eindklassement de nieuwe kopman van de ploeg van Guimard. Het uitvallen van Hinault zou de ploeg niet te boven komen was de algemene gedachte.

    Na de eerste bergetappe reed Pascal Simon in het geel, Millar en Delgado waren de outsiders. Toen Simon een paar dagen later opgaf met een gebroken sleutelbeen, stond daar ineens die studentikoze renner uit de ploeg van Guimard in het geel boven op de Alpe D´Huez. Op de laatste zaterdag won hij de tijdrit, maar toch kon hij niet de indruk wegnemen dat hij toevallig de Tour had gewonnen. Bijna 30 jaar na Walkowiak weer een Franse nobody.

    Een jaar later was Hinault terug en verwachtte iedereen dat Fignon op zijn plaats gezet zou worden. De meester won meteen de proloog ter bevestiging van die gedachte. Barteau mocht anderhalve week in het geel rijden na een lange ontsnapping, maar de strijd ging tussen de oude en de nieuwe meester. Fignon won de klimtijdrit en pakte de gele trui weer op de Alpe D´Huez. Ter bevestiging won hij de dag erna in La Plagne. En twee dagen later weer op Crans Montana. Met overmacht. En weer twee dagen later de grote tijdrit. Fignon heerste zoals zelfs Hinault niet vaak was gelukt. Met meer dan tien minuten voorsprong stond hij in Parijs als de zelfverzekerde winnaar te glunderen.

    Zelf stond ik in Morzine toen hij achter Arroyo zijn trui behield, maar ook de dag erna op Crans Montana, waar ik op de radio zijn komst al had gehoord. Hij stormde de berg op. In mijn herinnering sprintte hij naar boven alsof het de Holterberg was, hij viel de berg aan. De rest kwam er lijdend achteraan. Ik had een nieuwe favoriet.

    De toevalswinnaar leek te zijn veranderd in de nieuwe heerser. Het lot bepaalde anders. In 1985 kreeg hij last van een vergelijkbare blessure als Hinault. Welk een ironie. In zijn comebackjaar sukkelde hij verder met allerlei blessures. Pas in 1987 was hij weer van de partij, won een etappe, maar kwam niet verder dan de zevende plaats. In het peloton had hij allerlei bijnamen. Van Zonnekoning tot Professor. Een wielrenner met een bril is altijd een intellectueel. Als hij dan ook nog een zinnig woord uit kan brengen met een microfoon onder zijn neus, dan is hij automatisch een buitenbeentje. Bij het grote publiek was hij zeker niet populair, daarvoor was hij te nukkig, te eigenwijs. Met de pers had hij een haat-liefde verhouding, al was er niet vaak sprake van liefde.

    In 1989 leek hij eindelijk weer in de buurt te komen van zijn oude niveau. We zagen een van de mooiste Tours uit de geschiedenis. Niet alleen won de toekomstig superheld Indurain voor het eerst een etappe, maar vooral vanwege de strijd tussen twee kampioenen die beiden van zover waren gekomen. Lemond was de betere tijdrijder, Fignon de ietwat betere klimmer. Lemond verdedigde, Fignon viel aan. De Amerikaan reed in het geel van de 6e tot de 10e etappe, Fignon van de 11e tot de 15e, Lemond weer in de 16e en de 17e, mijn held pakte, voor de derde keer in zijn carrière de trui boven op Alpe D´Huez. Hij viel aan, zelfs in het geel, wetende dat zijn voorsprong niet genoeg zou zijn voor de laatste tijdrit. Hij sloeg een groot gat op weg naar Villard de Lans en ging vol vertrouwen naar Versailles.

    Natuurlijk was zijn concurrent de betere tijdrijder, maar hij had toch ook wel eens een tijdrit gewonnen? En dat de laatste tijdrit niet op de voorlaatste dag was, maar op de allerlaatste dag, dat was niet echt van belang. Ook de moderne hulpmiddelen die Lemond tot zijn beschikking had, zoals het triatlonstuur en de zogenaamde ´Calimero´-helm waren aan hem niet besteed. Zijn haargrens was ten slotte al zover geweken, dat zo´n helm hem nauwelijks voordeel zou brengen.

    Iedereen weet het resultaat. Acht seconden kwam hij te kort, het kleinste verschil ooit.

    De overslaande stem van Smeets, die op honderdvijftig meter voor de finish doorhad dat het onwaarschijnlijke de waarheid werd. Het ongeloof op het gezicht van de Amerikaan. Het zijn herinneringen uit de rijke wielergeschiedenis. Maar niets blijft me zo bij, als het beeld van de verliezer die op de grond zat en zijn wereld zag instorten. Fotograven flitsten recht in zijn gezicht, normaal zou hij er tegen tekeer gaan, of ze zelfs wegslaan, nu leek hij ze niet eens op te merken. Het publiek op de Champs Elysees wist niet waar ze moesten kijken. Naar de feestende massa rond de winnaar, of naar de verliezer, die ze altijd zo arrogant vonden, maar die nu heel menselijk bleek te zijn. Guimard verklaarde iets over een blessure aan het zitvlak. Onverstoorbaar zat hij op de grond en de wereld draaide door. Zijn ziekenfondsbrilletje deed hem nog onsportiever lijken dan ooit tevoren. Wie hem daar gebroken zag zitten, kon zich niet voorstellen dat die man ooit in staat zou zijn 4000 kilometer te fietsen.

    Dat beeld van die zittende verliezer, kont op de straat, rug tegen het hek, is het beeld wat de meeste mensen nu bij Fignon hebben. De nederlaag was ook het beslissende moment in zijn carrière. Hij stopte nog niet met fietsen, maar reed zielloos rond. Hij kwam de klap nooit te boven. Zoals ooit met Poulidor het geval was, kreeg ook hij de sympathie van het publiek, juist omdat hij een verliezer was. Na zijn loopbaan belandde Fignon achter de microfoon van Eurosport. Soms is het jammer dat je via de kabel niet de taal van het kanaal kunt veranderen.
    Saturday, May 29th, 2004
    1:51 am
    Olympisch dagboek (2)
    9 september:

    Extra kaartjes gekocht. Mijn laatste ‘vrije’ dag tijdens de spelen is nu opgevuld.


    11 september:

    Wandeling langs de kust gemaakt, heerlijk in de zon gezeten met een boek. Blijkt Radio Oost de hele middag gebeld te hebben. Misverstandje. Ik had nog nagevraagd of het vanaf de 18e was. Vanaf morgen ben ik te horen.


    13 septmeber:

    Ik verveel me. Wat mij betreft mag het beginnen, ik wil niet meer wachten. Van thuis hoor ik dat de radiogesprekjes goed gaan. Gelukkig een objectieve mening. Zou er verder uberhaupt nog iemand luisteren om half zeven ‘s ochtends?


    14 september:

    Vandaag komt de fakkel door Cogee, de suburb waar ik woon. Al 99 dagen is de vlam onderweg. Het overleefde een aanslag met een brandblusser en een relletje over een verjaardagstaart die niet aangestoken mocht worden. Er waren meerdere idioten die de fakkel wilden afpakken van een van de ruim 10.000 fakkeldragers. Er overleed een loper aan een hartaanval na zijn 500m, 27.000km door het hele land wordt afgelegd. Voor vele Australiers is dit het hoogtepunt van de spelen, de fakkel die door het eigen dorp komt.

    Al vroeg zitten de eersten te wachten op de rotsen bij het strand. Vol enthousiasme zien duizenden de hardloper Cogee binnenkomen. Tienduizenden staan hem op te wachten op en om het strand. Daar gaat de torch aan boord van een roeiboot, die naar Bondi vertrekt. Spontaan applaus klinkt op vanuit alle richtingen, ik had niet gedacht dat dit zo mooi kon zijn. Aangestoken door de enthousiaste menigte lul ik daarna zo mijn 5 minuten op de radio vol, ik hoor de vragen nauwelijks.

    De binnenstad staat vol. 1 miljoen mensen verwelkomen de Olympische vlam bij de town hall. ‘s Avonds bezoek ik het Holland Heineken house. Foute diskjockey en de beloofde BN-ers zijn er niet. Teleurstellend, en ik had me er al niet veel van voorgesteld.


    15 september:

    De reis naar het Olympic park gaat beter dan ooit. Een uur te vroeg ben ik al aanwezig voor mijn eerste shift, de openingsceremonie. De organisatie is weer beroerd, we worden heen en weer gestuurd, lopen veel. Niemand weet precies wat er gebeuren moet, lijkt het, maar er zijn zoveel vrijwilligers dat het publiek dat niet doorheeft. Ik ben druk met foto’s nemen voor iedereen en beantwoord vele stompzinnige vragen.

    Als de sporters met bussen worden afgeleverd heb ik mazzel. Meer dan een uur sta ik tussen de toeschouwers en zie vele landenteams vlak aan ons voorbijtrekken. Afrikaanse teams stelen de show met hun kleurige kostuums en hun rytmische dans-loopjes. Italie heeft kleurrijke broeken, Frankrijk de mooiste dames. Van de Nederlanders herken ik alleen enkele volleyballers.

    Als response-team (7 personen, 5 nationaliteiten) worden we continu ergens anders neergezet. Tenminste afwisselend. We houden het publiek onder controle als de fakkel voorbijkomt en hebben een uurtje pauze als de landen het stadion binnenkomen. Uiteindelijk helpen we op het station om iedereen naar huis te krijgen. Pas rond half twee is het rustig en mogen we zelf naar huis.
    Friday, May 28th, 2004
    12:17 am
    Juni 1991
    F op reis

    Zaterdagmorgen 22 juni. Het is 10 voor 8 's ochtends. Op het station staat reeds een grote groep mannen. Dit is namelijk de start van het reisje voor de F-jeugd. Exact 1 minuut voor 8 zal de trein vertrekken die de 27 jeugdige voetballers richting Assen zal brengen. Vele ouders zwaaien hen uit. In de trein schrikken de medepassagiers wakker: onder luid gezang nemen de voetballers en hun begeleiders plaats in de trein. Dit tafereel herhaalt zich natuurlijk in Zutphen en Zwolle waar overgestapt moet worden. De tactiek werkt redelijk: door de liederen, die overigens niet erg varieerden: "Olé, we are the champions” en “Mooi man”, zochten vele medepassagiers een rustiger heenkomen in andere delen van de trein, waardoor er genoeg ruimte ontstond om de gangpadkampioenschappen te houden.

    Eenmaal in Assen aangekomen pakken we een bus richting het uiteindelijke reisdoel: het verkeerspark. In de bus zit/staat ook een groep padvinders uit Hattum die richting het verkeerspark gaan. Hierdoor wordt het nodig de jongens instructies te geven. Hanneke blijkt hier heel goed in: “Als je geen karretje hebt, mag je gerust een padvinder op de bek slaan".

    Het verkeerspark blijkt een groot succes: het rondrijden in de trapauto's over echte wegen, met echte stoplichten en echte verkeersborden blijkt erg aan te slaan. Verder zijn er ook nog skelters waar je onder 14 nog niet in mag. Maar gelukkig zijn er genoeg leiders mee zodat de meerderheid wel een keer als bijrijder het parcours afgelegd hebben. Ook is er een trein die over het hele park gaat. Ten slotte zijn er ook nog bootjes die je zelf kunt besturen. Hier konden we zien hoe vakkundig Niels hierin is: als een volleerde schipper voer hij het ene na het andere rondje. Dennis van de Burg kwam de leiders even groeten op het terras. Dat hij hiervoor met zijn auto enkele voetpaden moest nemen was geen enkel probleem.
    Verder zagen we Iwan met de politieauto het park rondrijden, iets wat Hanneke ook erg leuk leek, maar hoe ze ook zeurde ze mocht niet mee.


    Tussen de middag was er ranja voor de jongens. Hierbij kwamen de overheerlijke pannenkoeken die Gerrit de avond ervoor had staan bakken. Deze dag werd ook nog gefilmd door Erik die helaas eerder weg moest. Om de rest van de dag te kunnen filmen vroegen wij hem zijn videocamera te leen. Dit bleek onmogelijk: "Ie kunt alles van mie lenen, zelfs mie wief, maar mien video leen ik nooit oet".

    Op de terugreis aten we eerst een ijsje in Assen en later in Zutphen nog een soft-ijsje. Hier maakten we ook nog even een wandeling om de tijd te doden voordat we naar Goor terug konden. Vlak voordat we richting Goor terug gingen ontdekte Peter dat hij de tas met ranja en treinkaartjes kwijt was. Gelukkig kon hij 'm nog net op tijd terug krijgen in de snackbar zodat we weder huiswaarts keerden waar vele ouders zich weer verzameld hadden om hun kinderen op te wachten. Het einde van een zeer geslaagde dag!

    De leiders willen Ursula en Dinanda en de moeders Stoker en Van de Haar nog bedanken voor het begeleiden van de jongens deze dag.
    Thursday, May 27th, 2004
    12:34 am
    Reis (10)
    Music city

    Gezien de slechte reis viel het me nog mee dat ik niet helemaal gebroken aankwam in Nashville, veel slaap had ik echter niet gehad. In de terminal van de Greyhound hing wel een plattegrond, maar waar het busstation lag op die kaart was niet zichtbaar, enige oriëntatie was dus niet mogelijk. Zelf een kaart kopen was ook niet mogelijk, dus ik moet maar op de gok naar buiten. Ik heb nog zo'n uur of 15 voordat ik weer met de bus vertrek, buiten het feit dat ik net ben aangekomen in de hoofdstad van de country muziek, weet ik niets, volgens mij is er behalve deze muziek eigenlijk ook niets hier. Ik denk dat ik meer dan genoeg tijd heb.

    Gelukkig blijkt Nashville ook op zijn Amerikaans ingedeeld, ik loop dus op het nummersysteem, begin op de 8th street en sla een avenue in, die me rechtstreeks het centrum, downtown, in leidt Bij het visitors centrum bemachtig ik wat informatie, maar erg veel helpt het niet. Er schijnt een trolley te zien, die langs de bezienswaardigheden gaat, maar volgens de dame die er werkt hoef ik daar niet op te rekenen, het is eenvoudiger om naar 16th street te lopen, het hart van de muziekbusiness Ik besluit dat iets later te doen, eerst het centrum maar eens bekijken.

    Het valt me op dat om half elf 's ochtends de eerste kroegen al live-muziek hebben. Veel liefhebbers zitten er nog niet. Ook kun je op diverse plaatsen nog lp's en singles krijgen, gewoon vinyl dus. De cd bestaat hier wel, maar heeft nog niet de dominante positie die het in de meeste westerse plaatsen op de aarde ondertussen al wel heeft. Muziek is hier echt nog belangrijk. Dat is niet bedacht, geen gimmick, geen plan van de gemeenteraad, maar gewoon zo gelopen, het ontstond door de jaren heen, omdat het volk dat zo wilde. That's life. Meteen het belangrijkste onderwerp van de country liedjes gevangen.

    De wandeling naar de Country Hall of Fame valt mee, de Hall zelf niet. Als buitenstaander doet het me allemaal erg weinig. De enige artiesten die ik de moeite vind, die eventueel in het vakje country zouden kunnen vallen, zoals Guy Clark, kom ik hier niet tegen. Terwijl Elvis, toch niet echt de eerste artiest waar je aan denkt als het over Country & Western gaat, er op verschillende plekken te vinden is. Maar goed, het is leuk om te zien dat er zoveel tijd en moeite gespendeerd is om dit op te bouwen. De bijbehorende Studio B, bij de prijs inbegrepen, een blok verderop, stelt helemaal niets voor. Er hangen een paar foto's, ik herken Presley & Parton, weet dat die dus hier ooit een liedje of wat hebben opgenomen. Fijn, leuk.

    Een zwerver ligt op een grasveld in de zon. Een motoragent trekt eerst zijn handschoenen aan voordat hij in de buurt komt. Zijn verschijning waakte de zwerver niet op. Dat zijn fles in het gras wordt leeggegoten heeft hij ook niet door. De agent besluit hem wakker te maken en geeft hem een korte preek, waarna hij de lege fles in de prullenbak gooit. De zwerver loopt ondertussen snel de andere kant op, voordat de beambte van gedachten verandert. Hij komt er goed van af.

    Misschien geeft dat wel het verschil aan met de noordelijke staten waar ik eerst doorheen kwam. Op straat wordt ik meerdere keren gegroet door willekeurige vreemden, de straatmuzikanten hier kunnen echt spelen, hebben talent en zijn geen veredelde bedelaars. De groet bij binnenkomst van een winkel klinkt welgemeend en komt niet uit het boekje '101 verkooptips' of een seminar van verkopers. Zelfs de voorbijganger die waggelend over de stoep langskomt met een flesje in een bruine zak komt een mompelend "How ya doin sir?".

    Na Music city en de stadswandeling wordt het tijd om ergens te gaan zitten. Vanuit meerdere bars klinkt live-muziek, nergens is het echt druk. In de eerste bar zit ik op een gegeven moment zelfs als enige niet muzikant of personeelslid. In de volgende zwaait de deur regelmatig open, maar meestal zien de schaarse gasten slechts het teleurgestelde hoofd van de portier (tevens eigenaar?) wanneer de voorbijgangers weer besloten door te lopen. Slechts een enkele keer komt er werkelijk iemand binnen. Het blijkt dat in alle bars, alle muzikanten spelen voor fooien die het publiek in een bierglas stoppen. Waarschijnlijk is dit de beste manier om ontdekt te worden. Veel spelen, overleven op fooien en hopen dat er op een goede avond iemand binnen loopt die je een kans geeft.

    Ik ontdek tijdens een korte wandeling voor mijn avondeten toch nog een gedeelte van de stad dat niet in het teken van de muziek staat. Oorlogsmonumenten voor gevallenen in diverse oorlogen en een aantal punten waar Amerikaanse geschiedenis werd geschreven, vooral op het gebied van de gelijkheid van vrouwen blijkt Nashville een belangrijke rol te hebben gespeeld in de VS. Maar echt progressief kun je de stad niet noemen. Er zijn meerdere kerken aanwezig, erg groot zelfs, de strijd om de gelovigen is niet gering lijkt het. Aerobics, films, gastsprekers en muziek moeten de mensen naar de geloofshuizen lokken. Voor de afwisseling was het leuk om even weg te zijn van mannen met gitaar, vrouwen met gitaar, winkels met T-shirts en souvenirs en platenzaken. Maar ontwijken kun je het niet in deze stad.

    Tijdens mijn avondeten staat er ineens een jongedame op het podium, dat het publiek verrast met haar stem en haar professionele show. Ook ik ben onder de indruk, ze haalt uit, zoals dat in de country muziek gebruikelijk is, alsof ze twee keer zo oud is als ze werkelijk is. Het klinkt allemaal veel volwassener dan dat ze eruit ziet. En toch klopt er iets niet. Hier staat een meisje van een jaar of 11 te zingen over 'your cheating heart'. Dit meisje, waar een paar spiegeleieren voor meer reliëf in haar bloesje zouden brengen dan haar borstjes nu doen, zingt Dolly Parton klassiekers en over verloren liefdes. Een liedje of 2 houd ik het uit, daarna begint het me te irriteren. De maniertjes, de gebaartjes, de manier waarop ze met haar microfoon het publiek inloopt, zelfs de zogenaamd spontane kreetjes tussen de regels door, alles is ingestudeerd. Dit kind heeft volgens mij heel wat uren verplicht voor de video moeten zitten. Als zij na haar optreden met een stapel cd's door de kroeg rondloopt om te verkopen ("Did you see my show? Did you like it? Want to buy my cd?"), houden haar ouders zich slim op de achtergrond.

    Country is het levenslied van de Amerikaan uit het zuiden, zoals de blues dat is voor de zwarte bevolking, met Memphis als hoofdstad. Vergelijkbaar met de smartlap in Rotterdam of de Fado in Portugal. Het lijstje is natuurlijk ongelofelijk groot. Het past dus goed bij de overjarige muzikanten die hier voor een paar dollars de hele avond spelen. Zo lang ze spelen kunnen ze geen geld uitgeven en op die manier kunnen ze net overleven. Een 11-jarig meisje die de dromen van haar ouders moet gaan waarmaken is dus niet echt. Net zo min als de handtekening op mijn tafel. Elke tafel heeft er een onder het glas, het moet de gasten de indruk geven dat vele groten hier ooit speelden. Maar dat Ray Charles zijn handtekening zo recht schrijft als hier lijkt me erg onwaarschijnlijk.
    Saturday, May 22nd, 2004
    12:23 am
    Cabaret (1)
    Scene 7, De balie

    Rollen: 2 baliemedewerksters (Marianne, Miranda)2 bezoekers (Elly, Frank)

    Podium: 3 rechtopstaande platformen, die samen de balie vormen, aan de rand van het podium, de coulissen inlopend.

    Attributen: Mand met verkleedspulletjes, Bel op de balie

    Muziek: Geen

    Kostuums-grime: 1 maal bouwvakker
    1 maal oude dame
    1 alternatieve student
    1 chinees

    Sfeer: Kluchtachtige sketch, snelheid belangrijk, vraag en catchfrase volgen elkaar snel op. Snelle visuele effecten, zoals hoedjes, brillen e.d.


    Begin:

    Licht gaat aan, we zien een balie op het podium. Daarachter zitten Marianne en Miranda, wachtend op de klanten aan hun balie. De bezoekers komen van de andere kant, zodat ze het hele podium over moeten om bij de balie te komen. De baliemedewerkster heeft daardoor tijd genoeg om zich aan te passen aan de klant.

    1e VRAAG:

    Een Chinese komt aangelopen. Medewerkster duikt onder de balie en komt na het belletje naar boven als een duivel uit een doosje, Chinese hoed op. (snor?).

    De Chinese wil graag een opleiding tot loempiavouwer volgen.

    TEXT


    2e VRAAG

    Een typische bouwvakker komt aangelopen. Te kort shirt, duidelijk zichtbare bilnaad, smerige handen, kniebescherming nog voor. De medewerkster duikt achter de balie en komt naar boven met een plastic beschermingshelm op.

    BM:

    `Goedemiddag, waarmee kan ik u helpen?`

    BOUWVAKKER:

    (Plat Twents) `Ik bin net kloar met stroaten bie de Poppe, noe dach ik zo dat ´t wa mooi was om wat met blumkes te doan`

    BM:

    `Maar natuurlijk, waar had u aan gedacht?
    Muurbloemen, ijsbloemen of misschien bloemschikken?`

    BOUWVAKKER:

    `Schikk´n. Dat lik mie wa wat. Hoe lange geet dat geintje duurn?´

    BM:

    `Even kijken´ rommelt wat met papieren. `Daar hebben we een vierjarige gesubsidieerde BOL-opleiding voor. Hier heeft u de inschrijfformulieren, de ondertekende subsidieaanvraag en het huiswerk voor de eerste week.`


    3e VRAAG:

    Student komt aanhobbelen met knieen bij elkaar.

    STUDENT:

    `Ik moet ontzettend nodig naar de WC, maar de heren/dames zijn zo ontzettend smerig. Kan ik hier even naar het toilet, ik heb namelijk diarree`

    BM:

    `Maar natuurlijk, loop hier maar naar links, tweede deur. Hier is wat WC-papier en een stukje zeep.`

    4e VRAAG:

    Ruige student komt op, ketting langs de broek naar zijn portemonnee. Ferme passen.

    Voor de baliemedewerkster ook maar iets kan zeggen, begint hij al.

    STUDENT:

    `Zeg dat blonde mokkeltje dat Engels geeft, kan ik die vrijdagavond niet meenemen naar een feestje?`

    BM:

    `Ik zal even in haar agenda kijken.` Ze kijkt in de agenda/op het scherm. `Dat zal wel lukken. Ze kan je om 8 uur ´s avonds thuis komen ophalen, schikt dat?`

    Student loopt tevreden weg en schreeuwt nog even richting balie:

    `Regel meteen even dat ik volgende week dat lekkere ding van Nederlands wil hebben.`



    5e VRAAG:

    Alternatieve student komt op. Piercing, gekleurde haren, alternatieve kleding..

    BM:

    `Haai. Alles goed. Wat kan ik voor je doen?`

    STUDENT:

    `Zeg die opleidingen van jullie geloof ik allemaal wel. Veel te saai. Kan ik niet gewoon zelf een opleiding samenstellen?`

    BM:

    `Tuurlijk. Zeg het maar hoe je het hebben wil.`

    STUDENT:

    `mmmm. Een stukje feuren lijkt me wel leuk, iets wat die chauffeurs doen of zo. Dan wat op de computer, fotoshop of zo. Waar zitten ergens de meeste leuke meiden?`

    BM:

    `Bij Manager wonen is het percentage erg hoog`

    STUDENT:

    `Doe me daar ook maar een vak van dan. Iets met drank?`

    BM:

    `De proeflessen van de Horeca afdeling zijn geschikt.`

    STUDENT:

    `Lijkt me geweldig, doe me dat ook maar. En dan nog wat toerisme of zo, maar dan alleen die werkweken in het buitenland.`

    BM:

    `Is dat alles? Prima, we sturen je het rooster deze week nog op, dan kun je maandag instromen.`


    6e VRAAG:

    Oude dame met rollator, dikke brilleglazen en soepjurk komt aangelopen, meer gestrompeld. Baliemedewerkster doet een theemuts op onder de balie.

    BM:

    `Dag mevrouw, waarmee kan ik u van dienst zijn?`

    OD:

    `Ik las in de krant iets over de opleiding tot buschauffeur. Dat lijkt me wel wat.`

    BM:

    `Dat klopt mevrouw, dat is hier. Wilt u uw BAV-geld meteen betalen.`

    OD:

    `BAV?`

    BM:

    `Verplichte vrijwillige bijdrage.`

    OD:

    `De AOW is net binnen, ik pin wel. Kan ik dan meteen op de bus beginnen of moet ik eerst mijn rijbewijs halen?`

    BM:

    `Dat rijbewijs haalt u tijdens de opleiding wel. Oefen maar vast wat, hier zijn de sleutel, de bus staat achteraan op de parkeerplaats. De docent heeft nog koffiepauze, maar die komt straks wel even kijken hoe het gaat.`

    De Oude Dame loop het podium af met de sleutels van de bus in haar hand. Op het scherm zien we haar verschijnen bij de bus. Ze zet haar rollator tegen de zijkant van de bus, opent de deur (moet eerst zoeken hoe), klimt moeizaam naar binnen en neemt plaats achter het stuur. In de video zien we dan hoe de modelleraar net voorbijkomt in het kekke rode autootje met het lekker ding achter het stuur en de andere rode draad neemt het weer over.
    Tuesday, May 11th, 2004
    12:25 am
    Reis (9)
    Kraut

    We zitten voor het hostel, het is zaterdagavond. De tafel staat vol met lege bierflessen, ik ben bijna door mijn mini-flesje rum heen. Hij ziet dat de receptie dicht is en komt dan naar onze tafel. "Wil er iemand morgen werken?" is de simpele vraag. Mijn tafelgenoten zijn niet echt enthousiast, lurken wat aan hun bierflesje en mompelen iets over het feit dat het dan zondag is. Ik twijfel eventjes, net genoeg voor hem om me over te halen met het argument van 15 dollar per uur, cash in hands. En na een korte nacht, net nu heeft de Australische regering besloten de daylight-saving-time, de zomertijd dus, in te laten gaan, zodat de aanstaande Olympische spelen er optimaal van kunnen profiteren, sta ik om iets voor half acht klaar om 'twee eenvoudige klusjes' te doen. Als om tien voor acht de telefoon gaat, blijf ik voor de zekerheid bij de deur van de receptie hangen. De boodschap is dat hij rond half negen zal komen, zijn vrachtauto had startproblemen, maar je krijgt wel gewoon vanaf half acht betaald zoals afgesproken. En inderdaad is het precies half negen als hij me achter de krant vandaan plukt. We rijden weg en ik krijg het stratenboek van Sydney om hem de weg te wijzen. Hij vertelt wat er vandaag zoal moet gebeuren. Zijn accent is erg sterk en daarbij voordehandliggend. Uit beleefdheid informeer ik, naar wat ik eigenlijk al weet. "Uit Duitsland, Wiesbaden, niet zo ver van Frankfurt. Ik woon sinds 16 jaar in Australie" is het antwoord. Wat volgt is een dag in de wagen met een Duitse verhuizer, die zich niet helemaal thuisvoelt in zijn geadopteerde thuisland. "Ik ben al zo'n jaar of 16 hier en moet zo langzamerhand een beslissing nemen of ik hier blijf of dat ik terugkeer naar Duitsland." Uit vele opmerkingen die dag klinkt door dat er geen land zo goed is georganiseerd als zijn vaderland. "De Australiers klooien maar wat aan, ze kunnen niet plannen. Nu gooien ze weer hele gedeeltes van de stad plat vanwege de Olympische spelen, maar ze vergeten dat de kleine zelfstandigen falliet gaan, omdat die afhankelijk zijn van de bereikbaarheid voor automobilisten." "De spoorwegen kunnen hun dienstregelingen beter afschaffen. Er zijn zo vaak storingen dat de trein toch pas komt wanneer het een keer goed gaat, maar nooit op de aangegeven tijd." "Als je bij de mensen thuiskomt, weet je soms niet wat je ziet. Verkopen ze een koelkast, zitten de slablaadjes nog tussen de deur. Schoonmaken kennen ze hier helemaal niet, zo lijkt het wel." "Iedereen mag hier zo maar een rijexamen doen in de eigen taal, je ziet soms Japanners met een woordenboek bij een verkeersbord staan, levensgevaarlijk, omdat ze het niet kunnen lezen. Dat zou in Duitsland nooit kunnen." "Ik herken de huizen altijd snel. Als je echte gordijnen ziet hangen dan weet je dat het Duitsers zijn. Of Nederlanders. Die Australiers hebben allemaal blinden voor de ramen." Toch is ook eigenspot hem niet geheel vreemd. Andere Duitsers, maar ook zichzelf maakt hij belachelijk. "Toen ik hier kwam, had ik al mijn winterkleding weggegeven aan mijn familie. Ik kwam in het midden van de winter, het vroor en we sliepen in een stacaravan. We deden haast geen oog dicht, ik had het nog nooit zo koud gehad." "Mijn vrouw en ik spraken geen woord Engels. Niet een! We gingen naar een dorp met 8000 inwoners, waarvan zo'n 4000 Duitsers. We dachten het niet nodig te hebben. Maar toen er geen werk te vinden bleek, moesten we naar de stad en dan heb je geen keus." "Mijn schoonzus kwam voor het eerst op vakantie en maakte me om zes uur 's ochtends wakker. 'Als we een goede plek op het strand willen hebben, dan moeten we er nu een handdoek erneer leggen.' Ik vertelde haar terug naar bed te gaan. Na het ontbijt die ochtend heb ik haar in mijn auto gezet en heb haar in het noorden van de stad een paar stranden laten zien. Bij het eerste strand al vielen haar ogen bijna uit haar hoofd. Zo rustig, hier moeten we heen, dacht ze. 'Rustig blijven zitten' vertelde ik haar. Zo mooi en dan slechts een paar mensen aanwezig. En dan was het nog een feestdag ook, er waren dus veel Australiers. Ik heb haar geloof ik zo'n dozijn stranden getoond, waarop in totaal zo'n 55 mensen aanwezig waren. We hebben ze geteld. En dat in het hoogseizoen. Ze wist niet wat ze zag." Hij vertrouwde wat zijn klandizie betreft op zijn vakmanschap. "Ik doe niet aan adverteren. Mond-op-mond reclame, daar moet ik het van hebben. Mijn klanten keren terug en vertellen het verder. Zo run ik mijn business." "Er zijn in Sydney zeker zo'n 5000 removal companies. Iedere beunhaad met een vrachtauto noemt zich verhuizer. Die rekenen soms maar 25 dollar, dat kan nooit uit. Maar als ze er eenmaal zijn, dan gaan ze eerst koffie zitten drinken en verwachten ze ook nog dat de klant meehelpt. Zo kan ik ook rijk worden." Het rare is dat hij tegen mij alleen maar Engels wil praten. Zijn 'th' spreekt hij uit als een 'z', zoals dat in Allo allo zo mooi geparodieerd wordt en zelfs als ik iets in het Duits tegen hem zeg, antwoord hij in het Engels. Toch praat hij liever Duits lijkt het. Zijn autoreparateur, die hem drie keer belt, spreekt Duits en zijn vrouw die elke drie kwartier aan de telefoon hangt spreken ook Duits met hem. Zouden er nog mensen zijn die geen mobieltje hebben? Hij vertelt over zijn familie. "Ik heb zeven kleinkinderen. Mijn vrouw stresst nogal snel wanneer ze bij ons zijn, dan belt ze me continu op." "Vier kinderen", vertelt hij als ik daar naar vraag, "Het waren er vijf, maar er is er eentje aan een overdosis heroine overleden, dus nu heb ik er nog maar vier." Na de stilte die na zo'n mededeling onvermijdelijk valt, praat hij verder over zijn kleinkinderen. "De oudste, nu zeven, was nog maar net geboren, had mijn vrouw al een trapauto voor hem gekocht. Nu heeft hij zo'n autotje met twee versnellingen en een fourwheeldrive, zodat hij er ook over hobbels en obstakels mee kan rijden." "Wanneer de kinderen komen, hoeft het ze aan niets te ontbreken. Een spelcomputer met allerlei CD-Roms staat er, voor zowel een atari als ook voor die nieuwe apparaten. Een video met een bibliotheek van meer dan honderd banden met alle Disneys, Pokemons en weet ik wat al niet meer, alles staat er voor die kleinen." "Maar ze mogen nooit iets te lang doen. Maximaal een uur, of een spel of film als die wat langer zijn dan een uur. Ze moeten niet zo worden als sommige kinderen waarvan je hoort dat ze de hele dag niets anders doen dan voor een schermpje hangen." Kraut heet hij. Soms maakt hij zulke zure opmerkingen dat de woordspeling Sauerkraut wel erg voordehandliggend is. Een hardwerkende man die alles zelf heeft moeten doen. Zelf een bedrijf gestart en er een succes van gemaakt. Hard werkend, zijn hele leven lang. Hij heeft zich aangepast aan de regels van zijn nieuwe land, maar voelt zich in zijn hart nog steeds meer verwant met zijn oude land. Gevangen in een dilemma.
    Tuesday, April 20th, 2004
    9:49 pm
    Olympisch dagboek
    5 oktober, donderdag

    De laatste keer dat ik mijn uniform aanmag. De laatste keer dat de straten van Sydney afgezet worden. De parade voor de Olly-volly's. De regering van New South Wales heeft besloten om alle vrijwilligers te eren met een parade. Dus vandaag mag ik met mijn collega's door de straten lopen en het applaus in ontvangst nemen. Ik ben een beetje sceptisch vooraf. Ik weet dat meerdere collega's terug naar de studiebanken zijn, enkele anderen wonen dermate ver weg dat ze vandaag ook zullen ontbreken. Daarbij komt dat ik betwijfel of er zoveel volk komt. Ik weet dat vele volunteers graag willen paraderen, maar of er aan de kant van de straat wel iemand staat is nog de vraag. Haal de vrijwilligers weg die dinsdag aan de kant stonden en zelfs de atleten trokken geen gigantisch publiek, ten minste in vergelijking met andere dagen, zoals de opening en closing ceremonies en de marathon en triatlon.

    In de bus zie ik de eersten al, op het verzamelpunt, Hyde Park, is het al erg druk. Gelukkig hebben de diverse afdelingen zich opgesplitst. De 'groene mouwen'(security) staan het dichtst bij, de 'paarse mouwen' (transport) in een ander gedeelte. Ook de 'witte mouwen' (wat deden die eigenlijk?) hebben hun plekje gevonden. Mijn afdeling, de 'gele mouwen' is het grootst van allemaal. Ik geloof dat er in totaal 12.000 onder spectator services vielen, en ik geloof ik dat de meesten vandaag er zijn. Oftewel: doe je best maar om je teamgenoten te vinden. Niet dat dat verplicht is, maar het is toch een stuk leuker wanneer je wat bekende gezichten om je heen hebt, dan alleen door de straten te lopen, zonder dat je je ervaringen met iemand kunt delen.

    Ik loop dus maar rond op zoek naar bekenden, maar dit valt niet mee. Ik vul mijn waterflesje met water, zoals voor elke shift en neem een foto van de gigantische massa vrijwilligers die zich hier verzameld heeft. Meerdere groepen hebben zich herkenbaar gemaakt door een bord mee te jatten van hun venue of een spandoek. Uiteindelijk kom ik Paul tegen die met een geïmproviseerd stukje papier, waarop met krabbelletters 'response' is geschreven, rondloopt. Er is van response maar een klein groepje aanwezig. Ik kom mijn eerste dag team weer tegen, zij zijn, als gebruikelijk onafscheidelijk. De Deense jongedame stond zelfs met haar foto in de krant met de opmerking dat het beste van deze spelen haar team was, elke dag hadden ze samen gewerkt.

    Behalve 2 team-leaders is er niemand van mijn team, wat veel wil zeggen, want met alle onderlinge wisselingen en reorganisaties heb ik toch met heel wat mensen samengewerkt. Een van de twee heeft een walkman op en vertelt ons na een tijdje dat de voorkant van de parade al op George street is. Voor zover wij kunnen zien, zijn er overal nog vrijwilligers, als iemand me had verteld dat er nog niemand vertrokken was, had ik het ook geloofd. Er worden een paar groepsfoto’s gemaakt en de clowns op stelten poseren gewillig met velen die met hen op de foto willen.

    Uiteindelijk lopen we toch, voor ons een groepje in afwijkende uniformen, ik weet niet welke taak zij hadden, achter ons de staff van het tennis park die om de 50 meter uitbarsten in 'give me a T, give me an E.." enzovoort. Of ze willen bewijzen dat ze het woord tennis kunnen spellen of dat het een groepsbindingproces is, is mij onbekend. Eenmaal uit het park staan er veel mensen te klappen. Het is natuurlijk niet zo druk als dinsdag, maar overal staat publiek, in de bochten zelfs rijen dik en vanaf George street ook meer dan een rij. Het is indrukwekkend. Voor zover we kunnen zien lopen er vrijwilligers voor ons en ook al dacht ik dat we bijna de laatsten waren, ook na ons komt nog een lange stroom olly-volly's. De krant heeft een speciale pagina laten drukken waarop staat dat Sydney ons bedankt en duizenden mensen houden die pagina op.

    Men klapt, men juicht en we worden als helden vereerd. Ik weet niet goed hoe te reageren en lach dus maar vriendelijk naar het publiek. Enkele collega's volgen de methode die vele sporters dinsdag bedachten en lopen vlak langs het publiek en geeft 'high fives' aan hele groepen tegelijk. Ik neem een paar foto's van dit spektakel, al weet ik dat geen enkel stukje papier van 10 bij 15 centimeter recht doet aan het beeld dat ik hier zie. Uit kantoorgebouwen komt papier naar beneden, bij een bank zijn het nog hele enveloppen. De papierversnipperaar heeft waarschijnlijk al overuren gedraaid, dus moeten het maar hele enveloppen worden. Het gaat om het idee.

    Het hele parcours langs staan er enthousiaste mensen. Ruim 100.000 wordt er gezegd, een schatting die nogal eens gemaakt wordt. In de winkels en kantoorgebouwen staat het personeel achter de ramen te zwaaien en ook meerdere politici staan aan de kant van de weg om ons te huldigen. De niet echt populaire minister van Olympische zaken, Michael Knight, moet vele handtekeningen zetten, al klinken er ook meerdere afkeurende klanken in zijn richting. Bij het parlement (elke staat heeft zijn eigen parlement hier, dit is dus het parlement van New South Wales, niet van het hele land) wordt ook de leidster van de oppositie ook belaagd door handtekeningjagende vrijwilligers.

    Niet iedereen is zo enthousiast. "Lopen jullie in rondjes of zo?" en "Komen er nog meer van jullie?" zijn vragen die ons gesteld worden. Maar de vragen komen meer schertsend dan serieus onze kant op. Uiteindelijk eindigen we onze tocht in het 'Domain', een groot park, waar de live muziek net op het punt staat om te beginnen als wij binnenlopen. Ook krijgen we een ijsje, het is tenslotte mooi weer. De rijen voor het gratis eten zijn weer ontzettend lang, ook dat schijnt een traditie te zijn. Het herinnert me een beetje aan de Oostbloklanden tijdens de koude oorlog.

    Met een aantal mensen kijken we om ons heen om te zien wat we nu eigenlijk verwacht worden te doen hier. De eerste speeches van het podium zijn nauwelijks hoorbaar, maar er hangt een beetje een festival sfeer. Op vele gezichten is af te lezen dat ze blij zijn dat ze het gered hebben. De spelen waren een succes en vele vrijwilligers zien dat als een persoonlijke overwinning.

    Patrick, van mijn eerste team, vertelt me waar ik een gratis T-shirt kan afhalen, speciaal gemaakt voor de vrijwilligers. De uitspraak van Samaranch (die ik tijdens de spelen continu de fascist heb genoemd, refererend aan zijn rol onder Franco) dat dit de beste vrijwilligers ooit zijn is er op gedrukt. Nu kan ik het gemist hebben, ik ben met de kranten tenslotte pas op 27 september aangekomen, maar volgens mij beweerde hij dat dit de beste spelen ooit waren en had hij het niet specifiek over de vrijwilligers, maar dat zal de meesten hier een zorg zijn. Als het maar gratis is. Dat wordt helemaal bewezen door programma's van de diverse sporten die overgebleven waren en nu uitgedeeld worden. Velen lopen met stapels boeken rond die zelfs in de universiteitsbibliotheek voor opschudding zouden hebben gezorgd. Welke sporten ze allemaal hebben bemachtigd interesseert ze niet. Het is gratis. Ze worden zelfs gebruikt om op te zitten in het gras. Ik doe mee, maar hou het bescheiden, naast de interessante boekjes over basketball en hockey, neem ik er nog een paar mee voor mijn huisgenoten, die nog souvenirs hebben gekocht.

    Uiteindelijk beslist mijn oude team dat ze niet in de rij willen staan voor voedsel, maar om bij een chinees restaurant wat te gaan eten. Ik ben uitgenodigd en loop dus maar mee, verder ken ik hier toch zo goed als niemand en om nu tussen de tienduizenden op zoek te gaan naar mogelijke bekenden lokt me ook niet echt.

    We komen nog twee anderen tegen vlak bij de chinees, we eten dus met zijn zevenen. Het is even wennen met stokjes te eten, de laatste keer dat ik dat gedaan heb, is ook zeker al weer een decennium geleden. Ook is het voedsel van een onbekende natuur. Oftewel ik heb geen idee wat er allemaal voor ons staat op de tafel. Alles staat in kleine bakjes voor ons op een soort draaiplateau, dus is het al snel zo dat je het plateau een zwiep geeft net als een van de anderen een poging doet om iets te pakken.

    Lisbet heeft haar uniform dinsdag verkocht voor 600 dollar. De laatste dagen van de spelen gingen er vele geruchten de stad door over de meest absurde bedragen die betaald zouden zijn voor uniformen of zelfs maar delen er van. De sterkste waren een polo voor 2000 dollar en degene die een bod van 5000 dollar voor een heel uniform geweigerd zou hebben. Ik was zondag na de sluitingsceremonie al bereid alles te verkopen. De aankondiging dat wanneer iemand 1000 dollar neer zou leggen ik desnoods in mijn blote kont naar huis zou gaan, kwam uit mijn mond. Maar zondag was het dermate koud dat niemand eigenlijk wilde blijven staan om te onderhandelen. Daarbij zat ik op mijn hoge stoel niet op de beste plek. De megafoon was wel een voordeel, maar nadat ik halfserieus tussendoor een keer meldde dat mijn uniform te koop was, kreeg ik meteen een waarschuwing van een van de bazen dat ik dat niet meer mocht doen.

    Vandaag had ik mijn uniform ook bij me in mijn rugzak, maar het feit dat er idioten zijn die gigantische bedragen voor uniformen bieden, wil nog niet zeggen dat je ze ook tegenkomt. Misschien later via het Internet.

    Aan het eind van de maaltijd wisselen we emailadressen uit en vraagt een van de dames mijn telefoonnummer. Verder geen bedoeling, maar toen ik liet ontvallen dat ik leraar economie was geweest, bleek dat zij maandag een economie examen had, terwijl ze tijdens jarenlange studies dat vak nooit gehad had. Als er een probleem kwam, of ik haar dan het een en ander kon uitleggen. Natuurlijk. Al had ik wel mijn twijfels aangezien het niveau waarop ik les gaf wel even iets anders was dan het niveau waarop zij studeert. Maar goed, wie dan zorgt die dan leeft. Nog een laatste zwiep aan het plateau en een halfvol kopje met thee heeft niet genoeg aan de middelpuntvliedende kracht en valt op tafel. Gelukkig is er niemand nat geworden, al krijg ik wel een boze blik van mijn buurvrouw en besluit men dat het tijd is om te vertrekken.

    Buiten neem ik afscheid van hen en keer huiswaarts. Voor het laatst was ik herkenbaar als Olympisch vrijwilliger. Het leven gaat weer beginnen.
    Sunday, April 18th, 2004
    12:42 am
    Politici die afgeschaft moeten worden: Geert Wilders (2)
    Sinds 1998 zit hij al in de tweede kamer. Op zijn eigen website zegt hij het volgende: “Al sinds jaar en dag interesseer ik mij voor de politieke situatie in (landen in) het Midden-Oosten.” Dat klinkt voorbeeldig, iedereen die in politiek geïnteresseerd is, zal deze interesse met hem delen. Helaas vervolgt hij dan met: “Mijn speciale aandacht gaat daarbij uit naar de groeiende gevaren die uit het moslim-extremisme voortvloeien.” Natuurlijk is het Midden Oosten een gedeelte van de wereld waar veel fout gaat, maar om nu meteen het extremisme daar uit te lichten, getuigt volgens mij van een erg beperkt blikveld. Dat bleek ook eerder dit jaar toen hij in een korte periode drie gedenkwaardige interviews gaf. Zelfs zijn eigen partij schrok van sommige uitspraken. “ De VVD is een bejaardenhuis in het kwadraat”, kan nog gezien worden als een poging zijn eigen partij wakker te schudden. Maar “Criminele allochtonen moeten in een kamp om hen dwangarbeid te laten verrichten” en “En laat de hoofddoekjes maar wapperen op het Malieveld. Ik lust ze rauw.'' zijn toch niet echt uitspraken die je van een volksvertegenwoordiger zou verwachten. De foto op zijn website toont een vroegoude man, die zich veel ouder kleedt dan de 40 jaar die hij is. Slechts de geblondeerde kop valt op. Een poging jonger te lijken dan hij is? Een cynicus zou, gezien bovenstaande uitspraken zelfs kunnen vermoeden dat Wilders er graag Arisch uit wil zien.

    Wat hoopt de goede man te bereiken? Zelfs rassenrellen wil hij niet bij voorbaat veroordelen. Hij wil, desnoods zelf met blote handen, helpen met het afbreken van Moskeeën. Waar komt die extreme onverdraagzaamheid vandaan? Zijn ongetwijfeld Roomse opvoeding in Limburg zal hem toch naast een afkeer voor alles wat vreemd is ook wel iets van naastenliefde hebben meegegeven? Het lijkt er niet echt op.

    Meer nog dan echte overtuiging is het volgens mij een verlangen naar publiciteit. Als je al meer dan 5 jaar vrij anoniem in de Tweede Kamer zit, dan komt er een moment dat je links en rechts bent ingehaald door anderen. Door talentvollere jongeren. De enige manier om dan nog te voorkomen dat je voor de volgende verkiezingen op een onverkiesbare plek terecht komt, is het halen van veel publiciteit. En zonder een CD en een bijna verdwenen LPF is er aan de rechterkant nog genoeg te halen voor een VVD-er. Hij deed zelfs aangifte van bedreiging omdat er ergens op het Internet een Marokkaan was die hem dood wenste.

    Serieus hoeven we hem in ieder geval niet meer te nemen. Wilders is al bezig afscheid te nemen van de politiek. Op zijn site vertelt hij dat hij zeker weet dat ze het goed zullen doen op 22 januari 2003. Al anderhalf jaar niet meer gebruikt dus. De paar down te loaden documenten van Kamervragen die hij ooit gesteld heeft doen zielig aan. Nog een laatste uitspraak: “Niks integratie. Assimilatie!”. Ik had het hem graag persoonlijk horen zeggen, met een Limburgs accent. De misplaatste superioriteit druipt van hem af.

    Afschaffen!
    Saturday, April 17th, 2004
    3:58 pm
    Reis (8)
    Casino

    Hij paste er niet. Het was erg rustig in het hostel, de kerstdagen worden door reizigers in Australië benut om naar de kust te gaan, net zoals de lokale bevolking. In de toch al behoorlijk rustige hoofdstad Canberra, was het nu zelfs extreem rustig. Er waren dus ook weinig reizigers. Maar hij was geen reiziger. Hij was net iets ouder dan de meesten, al was dat niet doorslaggevend. Een van de Nederlandse backpackers had zijn moeder een aantal weken op bezoek en zij was met afstand de oudste hier.

    Hij was niet het type dat je er verwacht. Op tweede kerstdag keek hij cricket. Niets bijzonders, al is het geen sport die door reizigers echt gevolgd wordt. Als je niet uit de Commonwealth komt begrijp je die sport toch nooit, laat staan de cultuur die er omheen hangt. Er was iets met hem, maar ik kwam er niet echt achter wat. Hij keek samen met twee anderen en ondergetekende op kerstavond naar Monty Python's Meaning of life, een schitterende film, behoorlijk progressief om die dag uit te zenden. Maar als pythonfan paste hij alleen maar beter tussen ons, terwijl hij er niet echt bij hoorde.

    Hij was zeker niet dom, uit de opmerkingen die hij maakte, bleek een behoorlijke intelligentie. Maar hij leefde wel op een minimum budget, net als de rest, was ook op zoek naar werk, om te overleven. Ook niets bijzonders. Hij deed zelfs ongeschoold werk, ook al was hij van oorsprong een 'kantoor-man' zoals hij zelf verklaarde, ietwat overbodig, want iedereen kon zien dat hij geen arbeider was. Dit was het prototype meneer Edgar in Debiteuren-Crediteuren. Waarom hij nu dan als 'labourer' in de bouw kluste, ook al was het maar voor een dag, bleef even vaag.

    Een eerste aanwijzing was zijn voorliefde voor Aziatische vrouwen. Een inderdaad niet onknappe Chinese dame zat in de gemeenschappelijke woonruimte op de tweede dag en hij zag haar graag zitten, vanuit een ooghoek keek hij naar haar, terwijl zij doodkalm, zich ongeobserveerd voelend, aan een tafel zat te lezen. Toen ze even later vertrok en twee Chinese jongens haar volgden, stond hij meteen op om te kijken of die twee geen rare ideeën hadden. Even later vertelde hij me dat hij met een Chinese getrouwd was geweest. En dat elke Aziatische vrouw nog steeds zijn aandacht trok.

    Op de laatste dag verklaart hij me een aantal dingen over cricket, we raken aan de praat over sport. En het gesprek valt op gokken. Hoe we erop kwamen was me niet duidelijk. Maar nu bekende hij dat hij behoorlijk verslaafd was aan de 'pokies'. Pokies zijn de moderne pokermachines die in elke kroeg veelvuldig te vinden zijn in Australië. De opvolger van de eenarmige bandiet en een nationale verslaving. Daarin is hij dus niets anders dan de meerderheid van de bevolking. Maar hij wist precies te vertellen over hoe die apparaten zijn afgesteld, iets waarover ik toevallig een tijdje geleden een interessant krantenartikel had gelezen. Ik kon dus meepraten. Langzaam begon ik iets van hem te begrijpen, hij wilde zijn verhaal wel kwijt, maar niet zo maar aan iedereen, niet terwijl iedereen het kon horen. Ik had mazzel, ik was een buitenlander en zat al met mijn rugzak naast me, mijn bus vertrok middernacht, hij wist dus dat ik het verhaal met me mee zou nemen en niet door zou vertellen aan andere reizigers.

    Later die avond hoorde ik nog meer details. We kwamen weer op gokken. Hij vertelde over een ex-vriendin die een paar dagen geleden voor de rechter had moeten verschijnen. Ze had onder valse namen diverse leningen bij meerdere banken afgesloten en in een jaar tijd er een miljoen doorheen gejaagd. Zijn hulp als accountant was gevraagd. Hij had haar papieren bekeken en maar een advies kunnen geven. Alles bekennen en je failliet laten verklaren en hopen dat de rechter mild was. Op de dag van de rechtszaak ontbrak ze. Ze zat in het casino.

    Het woord viel. Casino. "Daar gebeurt een hoop dat het daglicht niet kan velen", verklaarde hij, alsof dat een groot geheim was. Weer kon ik meepraten omdat ik een fanatiek krantenlezer was. Het Star-city casino in Sydney had dagenlang op de voorpagina gestaan vanwege witwassen van zwart geld en prostitutie. Niet opzienbarend volgens mij, tenslotte worden casino's over de hele wereld gebruikt voor het witwassen, daarbij is het ook gebruikelijk dat daar waar kerels met geld komen er dames opduiken die voor een klein gedeelte van dat geld ziel, zaligheid en nog veel meer verkopen.

    "Mijn vrouw was een concubine", is zijn volgende confessie. Hij gebruikt het, ook in het Engels, behoorlijk ouderwetse woord, omdat hij haar blijkbaar geen hoer wil noemen. Ik herinner me stukken uit het krantenartikel een dag waarin het personeel verklaart regelmatig een behoorlijk jonge Aziatische dame te hebben gezien, die nooit gokte, maar wel regelmatig vertrok met een der gasten. Ik vertelde hem dit niet, op de een of ander manier leek me dat niet gepast. Daarbij kon ik er niets mee verdienen. Hij kon alleen maar bevestigen of ontkennen, zijn verhaal veranderde er niet door.

    Er is meer aan de hand dan alleen dat, weet ik nu zeker. Hij laat zijn boekenlegger zien. Maar alleen de bovenste woorden. Het is geen echte boekenlegger, helaas weet ik de letterlijke woorden niet meer, maar het had te maken met een rehabilitatieprogramma. Er komt iemand bijzitten en we concentreren ons op het televisienieuws van de dag. Maar zoals iedereen weet gebeurt er de dag na kerst nooit iets, nergens, dus dat was weinig interessant.

    "Sometimes you have to go beyond certain borders, to find yourself", was de laatste confessie. De uitspraak van de avond. Hij zei het niet letterlijk, maar voor de goede verstaander was duidelijk dat zijn gokverslaving niet een doorsnee verslaving was. Hij was te ver gegaan. "Waarom denk je dat ik hier nu zit en niet in Sydney", voegde hij er even later nog aan toe. Welke grenzen hij overschreden had, is me nooit duidelijk geworden. Maar echt moeilijk te raden is het niet. Een accountant met gokproblemen, trek je eigen conclusie. Ik kreeg alleen nu pas door hoe recent het allemaal was, dit was niet een verhaal dat een tijdje geleden zich afgespeeld had, maar dit liep nog door. Ik durfde zelfs te gokken dat de justitie in New South Wales graag een paar woorden met Martin zou willen wisselen.

    Ik hoorde nu pas zijn naam en herinnerde me dat ik gisteren stiekem een paar vlekjes olijfolie uit de koelkast had genomen om mijn vlees te braden. Het label op de plastic tas had zijn naam al eerder verraden. Nu pas kon ik naam en gezicht aan elkaar koppelen. Was eigenlijk niet zo moeilijk, tenslotte was hij de enige hier die langere tijd aanwezig was. De meeste reizigers vertrekken na een paar dagen weer. Maar Martin kon niet vertrekken. Hij moest buiten zijn eigen staat blijven, kon wel ergens anders naartoe, maar dat zou niets oplossen.

    Martin zat vast, zonder letterlijk vast te zitten. Zonder zijn vrouw, waarover ik nu ook nog wel een aantal theorieën kon bedenken, waarbij de woorden schijnhuwelijk, visum, onderwereld en gokschulden allemaal een rol spelen. Zonder baan, zonder uitzicht. Een oplossing leek niet voor de hand te liggen. Ik zal het nooit weten. Mijn bus vertrok vlak na middernacht.
    Thursday, April 15th, 2004
    11:41 pm
    Uit het clubblad van de komende maand
    MARIA ALM, 8 april 1996

    Het is tweede paasdag. GFC speelt tegen Victoria en er ligt hier bijna geen sneeuw meer. Boven op de berg slooft een schoolgroep zich uit op de lange latten, maar in de regen. PSV-Ajax begint pas om 6 uur volgens Langs de Lijn, dat ik regelmatig beluister via de wereldomroep. Het is mijn laatste week hier en ik besluit om eens wat aan mijn conditie te doen. Over 2 weken is Eilermark uit. De wandelroute die ik wil rennen is zo'n 5 kilometer, met een lichte stijging aan het begin volgens de kaart. Dit blijkt gewoon stijl tegen een berg op te gaan, er lijkt geen einde aan te komen. Ik ben blij als na een boerderij de weg ineens ophoudt. Ik heb een excuus om te wandelen, ten slotte is het te gevaarlijk om door een weiland te rennen. Na een bult ontdek ik dat er op het voetbalveld onderaan de berg gespeeld wordt. Vlak nadat ik daar aankom is de wedstrijd afgelopen. Het blijkt een voorwedstrijd te zijn van lagere senioren.

    Om 4 uur begint de hoofdwedstrijd van de thuisclub. De warming-up gaat in de breedte van het veld. De aanvoerder voorop. Het lijkt of hij hoger heeft gespeeld of goed heeft opgelet bij het kijken naar de profs. De keeper van de thuisclub is niet al te groot. De reserves laten hem dat ook duidelijk merken door meerdere lobjes achter hem het net in te schieten. Niet leuk voor hem.

    De wedstrijd stelt niet veel voor. Ik krijg steeds meer bewondering voor de supporters die elk jaar weer de moeite nemen om in de auto te stappen naar Tilligte of Enschede om daar een waardeloze wedstrijd te bekijken. Na een kwartier komt de man met de portefeuille langs. Of het om de zitplaats gaat waar ik zit of om de entree is me onduidelijk, hij legt het me ook niet uit. Ik heb natuurlijk geen cent op zak. Ik wist niet eens dat er hier gevoetbald zou worden, laat staan dat ik er naar toe zou gaan. Ik sta dus op en ga achter de goal van de bezoekers staan in een weiland, buiten het complex. Daar heb ik ook mijn eerste balcontacten in bijna 5 maanden, omdat een ballenvanger ontbreekt. Altijd goed een bal aan te raken.

    De aanvoerder van Tamsweg, de naam las ik op het trainingsjack van de keeper, heeft goed opgelet tijdens de warming-up en schiet een vrije trap van 20 meter over de keeper. De thuisclub valt nu aan volgens een soort gecombineerd Engels en Duits systeem. 2 spitsen, een die op alles loopt en een stormram (Duits) worden aangespeeld door lange ballen vanuit elke positie uit het veld (engels).

    De gelijkmaker komt uit een ingekopte corner, 2-1 na de eerste mooie aanval van de wedstrijd en na een rommelactie van de enige balvaardige middenvelder wordt het zelfs 3-1. Het gaat snel, de thuisclub kan tevreden de rust in.

    In de rust ren ik terug naar mijn hotel, kleed me om en ben net na het begin van de tweede helft terug. Ik zoek nog even naar de man met de knip (penningmeester?), maar ik kan mijn entreegeld niet kwijt. Tijd om eens goed rond te kijken. Er zijn zo ongeveer 150 toeschouwers op komen dagen. De trainer van de thuisclub lijkt me de oudere broer van de aanvoerder. De enige grensrechter (wel een officiële) vlagt beide helften aan dezelfde kant, de scheidsrechter moet het aan de andere kant dus alleen doen, beide partijen worden zo gelijk behandelt, 1 helft met grens, 1 zonder. De rechtsback van de thuisploeg is zo'n klein kuitenbijtertje, waar Hans Mensink altijd zo'n hekel aan had. Minimaal 3 keer moet je er langs op weg naar de achterlijn. Het centrale verdedigingsduo doet geen enkele poging om op te bouwen, 'weg die bal' lijkt het motto. De aanvoerder speelt linkshalf. Als een E-junior die voor het eerst op een positie speelt blijft hij ook plichtsbewust op die positie. Middencirkel noch achterlijn zullen hem vandaag zien. De spitsen worden in de tweede helft vervangen door 2 jeugdspelers. Waarschijnlijk (achter-) neefjes van Andreas Herzog, momenteel reserve bij Bayern Munchen. Er zijn in dit dorp alleen al 14 pensions en Gasthäuser die Herzog heten, inclusief de jeugdherberg waar mijn groep verblijft.

    De tegenpartij heeft eigenlijk maar 2 opvallende spelers. De keeper is duidelijk specialist in après-ski en apres-voetbal en ziet het voetbal waarschijnlijk als een vervelende en vermoeiende onderbreking daarvan. De aanvoerder, dreh- und angelpunkt (vrij naar Herman Beld), is met afstand de beste man van het veld. Maar ook hij kan de nederlaag van zijn ploeg niet verhinderen. Een slotoffensief blijft uit. Sterker nog, de uitblinker van de bezoekers wordt gewisseld. Hij is niet eens verbaasd.

    De wedstrijd bloedt zo dood en na het eind van de wedstrijd gaan alle spelers nog even over het veld om de losgetrapte zoden weer op hun plaats terug te leggen. Mooi gebaar. Het publiek verdwijnt huiswaarts en de zon achter de bergen.
[ << Previous 20 ]
My travel page   About LiveJournal.com

Advertisement